Tranen en kippenvel bij Haarlem Blues Night in Patronaat

“Wie is er verliefd?” De vraag komt van Marlon Pichel, de beginnende artiest van het jaarlijkse Haarlem Blues Night in poppodium Patronaat. En verliefd zijn we vanavond zeker, op de onmiskenbare fantastische blues die vrijdagavond door het Haarlemse poppodium galmt.

De Haarlem Blues Night, een ijzersterke alliantie tussen de Haarlem Blues Club en het Patronaat, bewijst met een krachtige uppercut dat de kiem die hier jaren geleden wortel schoot, inmiddels een onwrikbare eik vormt.

Haarlem is de onbetwiste bluesstad van Nederland. Drie acts van internationale allure vullen vier uur lang het podium en storten hun ziel uit over een goed gevulde zaal vol hongerige liefhebbers.

Zingende drummers vormen een absolute zeldzaamheid binnen het genre, maar Marlon Pichel dwingt onmiddellijk diep respect af. Met een Peaky Blinders-pet op het hoofd en een strak overhemd aan, slaat hij genadeloze ritmes terwijl hij een rauwe, soulvolle strot opentrekt.

Superstrak in pak

Het spelplezier spat van zijn gezicht. Hij lacht breeduit naar zijn medemuzikanten. De blazerssectie staat niet veilig geparkeerd in een donker hoekje, maar danst over het podium en eist brutaal de voorgrond op. Dit is een moderne, vurige mix van southern soul en roots.

De toetsenist grijpt halverwege verrassend een gitaar en vuurt een moddervette solo af, terwijl de daadwerkelijke leadgitarist – superstrak in het pak en met een onberispelijke baard – moeiteloos harten verovert met zijn loepzuivere spel.

Nummers als Heartbreak and Roses en Good Ol’ Loving landen perfect. De band raakt feilloos de juiste, kloppende zenuw. Bij Don’t Walk Away grijpt de weemoed je bij de keel, maar de ritmesectie duwt je onverbiddelijk vooruit. Rustig beginnen bestaat vanavond simpelweg niet.

Curtis Salgado

Wanneer Curtis Salgado even later om negen uur het podium betreedt, daalt er een zware, tastbare melancholie over de zaal. Met zijn 72 jaar oogt de veteraan breekbaar. Hij draagt schijnbaar de last van de hele wereld op zijn schouders en lijkt wel tien jaar ouder.

Een zwarte muts trekt hij diep over zijn oren, de blik strak op zijn mixermonitor gericht. Salgado bespeelt geen instrument. Zijn doorleefde, trillende gospelstem vormt zijn enige, maar tevens meest meedogenloze wapen. De klanken slepen je genadeloos mee de vochtige moerassen van Louisiana in.

Tussen de nummers door deelt hij scherpe, pijnlijke anekdotes over liefde, bedrog, vreemdgaan en de kille zucht naar wraak. Salgado staat daar als een man die de scherven van zijn eigen leven aan ons toont. Die rauwe, bloedende eerlijkheid slaat in als een mokerslag.

Aan zijn zijde staat een briljante gitarist die uiterlijk zo uit een streekbus stapt, maar wiens vingers de pure magie van een Stevie Ray Vaughan bezitten. De solo’s gieren huilend door de zaal.

Het samenspel tussen Salgado en zijn toetsenist toont absolute meesterschap; de toetsenist houdt zijn ogen onafgebroken op de zanger gericht, anticiperend op elke ademhaling, elke zucht en elke uithaal. Hun eerbetoon aan de grootmeester, 20 Years of B.B. King, vat de hartslag van dit festival perfect samen. Dit is de rauwe zenuw van de blues.

Toronzo Cannon

Kwart over tien. De climax wacht. Met een smoezelige cowboyhoed, een geruit hemd onder een stoer spijkerjack en een kenmerkende witte baard betreedt Toronzo Cannon de arena. Van voormalig buschauffeur in Chicago tot de onbetwiste fakkeldrager van de hedendaagse, stedelijke blues.

Cannon combineert een opvallend kwetsbare zangstem met messcherp, ongenaakbaar gitaargeweld. Bij When Will You Tell Him About Me bereikt de avond zijn absolute zenit. De gitaar huilt, jankt en smeekt. Je proeft de pijn en de eenzaamheid.

De echo’s van giganten als Joe Bonamassa en Robert Cray klinken door in zijn vingertoppen, maar Cannon behoudt zijn eigen, meedogenloze identiteit. Het publiek zuigt elke noot gulzig in zich op. Tijdens het meer swingende I Hate Love vullen dansende stelletjes de ruimte, terwijl verderop enkele verdwaalde vijftigers volledig in zichzelf gekeerd de muziek absorberen, ogen gesloten, zachtjes knikkend op de zware beat.

Cannon perst de laatste druppel emotie uit zijn instrument. Aan het einde van de set bespeelt hij de snaren vol overgave met zijn tanden. Hij vreet zijn gitaar letterlijk op tijdens een krankzinnige, bloedstollende solo die definitief op het netvlies brandt.

Geslaagde vierde editie

Het Patronaat is misschien niet tot de allerlaatste vierkante centimeter uitverkocht, maar de zaal staat prachtig vol met puristen die snakken naar echtheid en bezieling. Deze avond levert het harde bewijs dat de liefde voor de blues in Nederland niet langzaam doodbloedt, maar juist krachtig pompt.

Marlon Pichel geeft het genre een vurig, modern gezicht, Curtis Salgado toont de ongepolijste littekens van een heel leven en Toronzo Cannon eist met bruut, huilend gitaargeweld de troon op als de absolute meester.

Haarlem draagt zodoende de titel van Nederlandse bluesstad met ongekende verve. Wij wachten nu al met een versnelde hartslag op de volgende eruptie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *