The Devil and the Almighty Blues in Effenaar: ijzingwekkend goed

De kleine zaal van de Effenaar is donderdagavond hooguit voor de helft gevuld. Geen zwetende rijen voor de bar, geen ellebogenwerk op de voorste rij. Zonde, zeker als je bedenkt dat The Devil and the Almighty Blues vorig jaar nog een gruwelijke krater achterliet op het Sonic Whip festival in Nijmegen.

En de Noren zelf? Die lijken zich werkelijk geen seconde druk te maken om de onverkochte kaarten. De vijf muzikanten sjokken het podium op zonder ook maar één blik in de zaal te werpen.

De frontman, gehuld in een gitzwart, lang gewaad, nestelt zich achter zijn microfoonstandaard als een norse priester voor een lege kerk. Geen ‘Hello Eindhoven’, geen goedkoop gejuich. Alleen een paar droge tikken op de ride-bekken, waarna de openingsriff van Root Root genadeloos je maagwand in dreunt. Traag. Log. Bikkelhard. Precies waar de veelal bebaarde bezoekers voor gekomen zijn.

Standje moordenaarsmentaliteit

Dit is pas de achtste show die deze band op Nederlandse bodem speelt, en de tweede keer in deze specifieke zaal, maar ze bewijzen direct waarom de aanwezige fijnproevers vandaag de deur uit zijn gegaan.

Hier draait het niet om uitbundige rock-‘n-roll-clichés of stadiongebaren. De bassist staat anderhalf uur lang met een blik op standje moordenaarsmentaliteit de zaal in te staren. Hij speelt geen loopjes; hij metselt de fundering van Eindhoven opnieuw in.

De sound die uit de speakers rolt, balanceert griezelig perfect tussen loodzware stoner, blues en slepende doom. Vintage Gibson-gitaren die huilen via oververhitte buizenversterkers, afgesteld op een volume waarbij oordoppen geen overbodige luxe zijn.

Bezeten gospelzanger

Tijdens nummers als Distance en het rauwe Tired Old Dog valt pas echt op hoe bizar de dynamiek op dat podium is. De fysieke rust van de frontman is ronduit fascinerend. Hij incasseert de geluidsmuur om hem heen, beweegt nauwelijks, en brengt zijn teksten als een kalme, bezeten gospelzanger.

Het geluid dat uit zijn strot scheurt klinkt alsof hij net een handvol roestige spijkers heeft doorgeslikt. Smerig en rauw. Wie de duivel uit de bandnaam ook mag zijn, híj is het in elk geval niet.

Oog van de orkaan

Dat de ingetogen sfeer nergens saai wordt, is mede te danken aan een ronduit geniale productie. Rondom een set felle koplampen achter de band hebben ze een rooktechnologie geprogrammeerd die visueel ongekend goed uitpakt.

Gecombineerd met het harde licht ontstaat er letterlijk een soort draaikolk van mist. Het voelt alsof de gitaristen onverstoorbaar in het oog van een orkaan staan te riffen, terwijl de wereld om hen heen vergaat. Subtiel bedacht, maar absurd effectief. We zien zelden bands in dit circuit die met zulke minimalistische middelen zo’n verstikkende, donkere sfeer weten neer te zetten.

Akkefietje met drummer

Toch is het geen kille, geprogrammeerde metalmachine. Dat de bandleden zo diep in hun eigen muzikale vacuüm verdwijnen, leidt halverwege de set tijdens These are Old Hands tot een even lullig als prachtig moment. De zanger staat in zijn opperste trance per ongeluk pontificaal in de zichtlijn van de drummer.

Vrij onhandig, want de man achter de kit moet nét op dat moment de stergitarist aankijken om de aanzet te geven voor een verpletterende solo. Er zit niets anders op: de drummer moet de vocalist met zijn drumstok een paar keer ongemakkelijk op zijn rug aantikken, voordat die eindelijk ontwaakt en een stap opzij zet. Dat hadden ze dus écht niet zo gerepeteerd.

Het breekt de muur van perfectie even af, maar bewijst vooral de waanzinnige toewijding. Deze gasten ademen hun set, en foutjes tonen alleen maar aan dat het hier om pure live-energie gaat.

Als een mokerslag

Het onbetwiste hoogtepunt van de avond is de nieuwe track Lied To. Op plaat is het al een pareltje van tien minuten, maar vanavond rekken ze het in de Effenaar met gemak nog een paar extra minuten op. Uiteindelijk beukt The Devil and the Almighty Blues ruim honderd minuten op ons in.

Als ze na een ultrakorte break terugkomen en definitief de nek omdraaien met de genadeloze afsluiter Salt the Earth, knikt de halve zaal goedkeurend mee in een trage, synchrone nekspier-workout.

Nogmaals, dit is geen band voor de grote menigte, hapklare radiolijstjes of vluchtige festival-hypes. Ze horen in dit soort halfdonkere, dampende zalen waar de versterkers eigenlijk net iets harder staan dan verantwoord is. The Devil and the Almighty Blues levert een ongenaakbare masterclass af in dynamiek en overgave, en terecht.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *