“Dit is het einde van de winter, niet het begin… rare naam voor een festival eigenlijk”, mompelt Einar Solberg droogjes in de microfoon. Zijn kenmerkende, gortdroge Noorse humor landt ongemakkelijk maar effectief in de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Het is tekenend voor de avond: Leprous neemt zichzelf muzikaal bloedserieus, maar daarbuiten is er zowaar ruimte voor lucht en humor.
Humor? Spontaniteit? Het is ronduit bizar hoe Leprous als live-band is gegroeid in de afgelopen jaren. Als afsluiter van de derde editie van MidWinter Prog bewijzen de eigenzinnige Noren dat ze de status van ‘belofte’ zijn ontgroeid. Na dit weekend hebben ze zich definitief gekroond tot de onbetwiste koningen van de moderne prog. Zeg maar dag Dream Theater en Riverside, Leprous is hier!
Wel of geen vuurwerk?
De verwachtingen voor de headlineshow van Leprous waren vooraf hooggespannen. Na eerdere passages in de Ronda (2023) en een visueel spektakelstuk (inclusief pyro) in 013 vorig jaar, staat de band nu op een lager podium, dichter op de huid van het publiek. Zonder vuurwerk dit keer, maar wie Leprous kent, weet dat de echte explosies zich in de composities bevinden.
Opener Silently Walking Alone zet direct de toon. Waar veel progmetalbands verzanden in nodeloos gepiel, kiest Leprous voor pulserende ritmes en sfeer. De lichtshow is daarbij een instrument op zich. Het oogt bij vlagen als een op hol geslagen kermisattractie in een dystopische film, desoriënterend maar ronduit spectaculair en daarmee zelden vertoond in de prachtige Grote Zaal van de Tivoli.
Zanger Einar Solberg is in de afgelopen jaren getransformeerd tot een frontman van formaat, met hoofdletter F. De verlegen toetsenist van weleer is een wervelwind geworden. Hij rent, springt op verhogingen en dirigeert de zaal met theatrale gebaren. Zijn stem, die laveert tussen breekbare falsetto en operazanger-achtige uithalen, snijdt loepzuiver door de mix tijdens Illuminate en het hectische Nighttime Disguise.

Cynisme en verrassingen
Tussen de nummers door valt het masker even af. Solberg verbaast zich over de architectuur van de Grote Zaal, met name de plekken achter het podium. “Jullie hebben het beste uitzicht”, merkt hij cynisch op, terwijl hij zich omdraait naar de mensen die de hele avond tegen de achterkant van drummer Baard Kolstad aankijken. “Interessant concept.” De Tivoli kan er smakelijk om lachen.
Dan volgt er een heuse primeur voor MidWinter. Na een uitnodiging voor een radioshow waar ze onvoorbereid een cover moesten spelen, heeft de band zich Take On Me van landgenoten A-ha eigen gemaakt.
“We wisten niet wat we moesten spelen, dus we hebben er maar ons eigen nummer van gemaakt”, verklaart Solberg. Het resultaat is verbluffend: de cheesy jarentachtig-synthpop wordt gestript, vertraagd en herbouwd met Leprous-DNA. Het publiek, dat normaal gesproken analytisch luistert, brult het refrein uit volle borst mee. Het is poppy, maar met een heerlijk Leprous-randje.
Spontaniteit
Dat Leprous niet op de automatische piloot speelt, blijkt uit het interactieve middenstuk. De setlist wordt deels bepaald door een decibelmeter: het publiek mag kiezen. Bij de strijd om een nummer van het album Bilateral wint Forced Entry het met overmacht. “We hebben deze vorige keer in Nederland ook al gespeeld, maar jullie krijgen je zin”, zucht Solberg gespeeld vermoeid.
De uitvoering die volgt is echter allesbehalve vermoeid; het is wellicht de strakste versie die we ze ooit heb horen spelen. Hier wordt duidelijk dat Baard Kolstad geen drums speelt, hij bokst. Met een fysieke intensiteit en een ritmiek waar je u tegen zegt, timmert hij de complexe structuren dicht, terwijl gitaristen Tor Oddmund Suhrke en Robin Ognedal met precisie hun riffs om hem heen dartelen.
Ook de klassieker The Price komt voorbij. “Misschien wel 2000 keer gespeeld”, biecht Solberg op, toegevend dat de nieuwigheid er voor hen wel af is. Hij draagt de verantwoordelijkheid over aan de zaal, die bij de iconische “ah-haaaaaa”-stukken fungeert als een massaal achtergrondkoor. Een collectief kippenvelmoment.

Emotionele diepgang
Toch ligt de ware kracht van Leprous in de emotionele diepgang. Solberg introduceert Alleviate met een korte monoloog over het menselijk brein. “Een fascinerend iets, maar met een duistere kant. Oncontroleerbare problemen kunnen obsessies worden, dat heb ik aan den lijve ondervonden.” De wanhoop in zijn stem tijdens het nummer is voelbaar: ongekend prachtig en wat mooi dat Solberg zich hier zo breekbaar openstelt.
Na het door het publiek gekozen Slave, dat eindigt in een muur van distortion en vlammend rood licht, en het nieuwe, groovende Atonement, werkt de band toe naar het onvermijdelijke slotakkoord.
Dat eindigt met alleen de outro van The Sky Is Red. Een gedurfde keuze om slechts een deel van dit magnum opus te spelen, maar het werkt. De repetitieve, hypnotiserende riffs en de rode stroboscopen brengen de zaal in een laatste staat van trance.
Conclusie
Leprous bewijst op MidWinter Prog dat ze de perfecte balans hebben gevonden tussen technische virtuositeit en emotionele impact. Ze zijn niet langer ‘die band van de ex-livemuzikanten van Ihsahn’, maar een prog-instituut op zich.
De show is weliswaar minder bombastisch én minder lang dan in 013, maar door de intimiteit en de rauwe energie minstens zo indrukwekkend. Met Melodies Of Atonement als nieuwste wapenfeit en een live-reputatie die staat als een huis, is Leprous zonder twijfel de belangrijkste vaandeldrager van de hedendaagse progmetal.
De organisatie van MidWinter Prog Festival mag in zijn handen wrijven: een betere headliner gaat men voor 2027 lastig vinden.
