“Yes Tilburg, The Priest is back! Waar je ook vandaan komt, welkom. Het maakt niet uit van wie je houdt of hoe je eruitziet, het gaat om de metalcommunity.” Het zijn de warme, verbindende woorden van Rob Halford, de roemruchte frontman die over amper twee weken doodleuk 75 kaarsjes uitblaast. Dat de zanger op deze gezegende leeftijd de boel in 013 nog steeds met zo’n meedogenloze overtuiging vocaal afbreekt, tart werkelijk alle natuurwetten.
De show is op het moment van die toespraak overigens al lang en breed geëxplodeerd. Exact op het moment dat de eerste, ronkende riff van opener You’ve Got Another Thing Comin’ aanzwengelde, denderde een reusachtig doek met het bandlogo met een rotklap naar beneden. Een meesterlijke concertentree. Meteen daar achteraan ramden de Britten Metal Gods en de ultieme meezinger Breaking the Law zonder pardon door onze strot. Puur genieten!
Eigenlijk staan deze legendes vanavond in een véél te kleine zaal. In 2024 vulden ze immers nog met speels gemak de dubbel zo grote AFAS Live in de hoofdstad. Toch voelt het als een absoluut voorrecht om deze metalpioniers anno 2026 weer in zo’n intieme setting te aanschouwen.
Het is alweer de zesde keer dat ze op dit Brabantse podium staan en, net als bij hun laatste doortocht in 2022, is de zaal tot de nok toe uitverkocht. Als bedankje trakteert de band na de openingssalvo’s op The Ripper, een zeldzaam live-pareltje dat de ware fanaat onmiddellijk in katzwijm laat vallen. Via massieve stampers als The Sentinel en Desert Plains banen we ons een weg door een catalogus die de onbetwiste blauwdruk vormt voor alles wat zwaar en duister is.
Productie past nét in 013
De immense stadionproductie die de band meesleept, past trouwens nog maar nét in de 013. Het reusachtige videoscherm – een formaatje groter en het had hier domweg niet gepast – vuurt haarscherpe clips en flikkerende bliksemschichten het publiek in.
Terwijl de rookkanonnen aan de flanken overuren draaien, gooit gitarist Richie Faulkner extra olie op het vuur met de moddervette riff van het relatief recente Lightning Strike. Tijdens de onweerstaanbare pracht van Turbo Lover – misschien wel hun allerbeste nummer, hierin zit écht alles wat deze band zo geniaal maakt – smijt Faulkner theatraal zijn gitaar in de lucht. Hij soleert en scheurt anderhalf uur lang foutloos, wijdbeens en vol branie. Hij wéét dat hij de baas is, en terecht.
Nog altijd relevant
We razen genadeloos verder door de set. Na het furieuze duo Steeler en Delivering the Goods slaat Panic Attack in als een bom. Het is de jongste track van de avond en kwalitatief een van hun allerbeste ooit.
Het zegt eigenlijk alles over hoe relevant Judas Priest vandaag de dag nog is, iets wat ze recent nog een welverdiende Grammy-nominatie opleverde. Na de loodzware klappen van Victim of Changes en Halls of Valhalla ontploft de zaal pas écht tijdens magnum opus Painkiller. Dat Halford die ijzige, torenhoge uithalen in dit ultieme metal-anthem nog steeds rimpelloos uit zijn tenen weet te persen… Bizar, gewoon.
”Priest, Priest!”
In de zinderende finale knallen we door de geluidsbarrière met Electric Eye, waarna de in een met studs bezaaide jas gehulde Halford traditiegetrouw op zijn motor het podium opscheurt voor een snijdend Hell Bent for Leather.
Als Living After Midnight de avond bloedheet afsluit, belooft The Priest snel weer terug te keren. Gezien het feit dat de uitzinnige fans na afloop massaal “Priest! Priest!” blijven scanderen, raakt ook die volgende show zonder enige twijfel weer in een vloek en een zucht uitverkocht.
In een modern metallandschap vol inwisselbare, overgeproduceerde metalcorebandjes die het vooral moeten hebben van een strak imago en backingtracks, fungeert Judas Priest als een vlijmscherpe wake-up call. Na vijftig jaar weigeren ze af te remmen en bewijzen ze waarom zij aan de absolute top van de voedselketen staan. Niemand doet het zoals Judas Priest.
