Iron Maiden: perfecte afsluiter voor geslaagd Live is Live 2026

Zaterdag bracht Robbie Williams glitter, zondag zorgde Nick Cave voor pure bezieling, maar op deze broeierige maandag kleurt het Antwerpse Middenvijver Park pikzwart. Overal waar je kijkt zie je hittebestendige battle jackets, vloeit de Cristal uit de bekers en gaan er 40.000 paar horns de lucht in nog vóór er überhaupt één noot heeft geklonken. Na sterke sets van Doro, Testament en Epica is Live is Live 2026 klaar voor de absolute finale: Iron Maiden.

Na meerdere muzikale intro’s (hoeveel kan een band er hebben?) trapt Iron Maiden af met ‘Murders in the Rue Morgue’. Een schitterend cadeau voor de fans van het eerste uur, al hoor je meteen dat de heren nog even warm moeten draaien. Toen Steve Harris deze song begin jaren tachtig schreef, was de band simpelweg nog niet op haar allerbest. Het rammelt hier en daar nog een klein beetje, maar de heren hebben er overduidelijk zin in.

Gelukkig schiet de Britse motor bij ‘Wrathchild’ en het venijnige ‘Killers’ wél meteen in de juiste versnelling. De weide verandert in een kolkende massa van vuisten. Tegen de tijd dat het (niet altijd gespeelde) meesterwerk ‘Phantom of the Opera’ voorbijraast, staan de neuzen definitief dezelfde kant op. Wat een epos.

Vlammenzee

En dan, boem. Bij ‘The Number of the Beast’ transformeren de Britten het festivalterrein in een ware vuurzee. Links, rechts en achter de band schieten de metershoge vlammen plots de avondlucht in. Je voelt de hitte tot achteraan op het veld schroeien, en terecht.

Frontman Bruce Dickinson heeft er zin in. “Vooruit, we speelden hem afgelopen avond nog,” grapt de zanger met een knipoog naar het publiek. Maar in België is ‘Infinite Dreams’ al 38 jaar niet gespeeld.

Het blijkt meteen een van de absolute hoogtepunten van de avond. Iron Maiden is op haar best wanneer dat melodieuze, harmonieuze gitaarspel alle ruimte krijgt, en hier komt dat fabelachtig mooi tot bloei. Ook het machtige ‘Powerslave’ is een heerlijke traktatie; die song prijkt láng niet altijd op de setlist.

Minder te spreken zijn we over ‘2 Minutes to Midnight’, zonder twijfel het minste nummer van de set. Hier hoor je pijnlijk goed dat de heren de snelle, rasechte metalnummers live niet helemaal meer kunnen bijbenen. Het mist de nodige slagkracht, souplesse en power, oftewel: een zeldzaam inkakkertje.

Onbetwist hoogtepunt

Dat vergeef je ze direct zodra het dertien minuten durende ‘Rime of the Ancient Mariner’ wordt ingezet. Wat een parel die we bíjna waren vergeten, met een middenstuk die voor absolute kippenvel zorgt. Net zoals op de plaat horen we onheilspellende, gortdroge kraken van een houten scheepsromp, terwijl er een dichte mist optrekt over het podium.

Precies op het moment dat de rook weer verdwijnt en de band al solerend tevoorschijn komt, staat Bruce met zijn rug naar het publiek gekeerd, turend naar het gigantische videoscherm waarop een bezeten spookschip vaart. Kippenvel.

Belgische vlag

Na de vertrouwde meebruller ‘Run to the Hills’ volgt het monumentale ‘Seventh Son of a Seventh Son’. Twaalf minuten lang brengt Maiden exact datgene waarom de wereld al decennia van ze houdt: een sfeervol intro, lekkere riffs, doeltreffende refreinen en dat immer duizelingwekkende solowerk van gitaristen Adrian Smith en Dave Murray. Vakmanschap.

In het ronduit epische ‘The Trooper’ toont de band haar meest bombastische en theatrale kant, compleet met Dickinson die traditiegetrouw met een Britse én een Belgische vlag over het podium raast.

Opgesloten in kooi

Tijd om op adem te komen is er niet, de band gaat direct door naar ‘Hallowed Be Thy Name’. Dickinson laat zich theatraal opsluiten in een kooi die even later explodeert, waarna hij zijn buitenaardse uithalen over de weide slingert. Het doet wat denken aan de legendarische kookpotscène van Rammstein, waarin Till Lindemann zijn bandleden met grof geschut in lichterlaaie zet. Heerlijk spektakel.

Tijdens de vertrouwde stamper ‘Iron Maiden’ maakt mascotte Eddie zijn opwachting. Niet als een verrassing, maar omdat sommige tradities nou eenmaal nooit hun kracht verliezen.

De toegift opent met het flitsende ‘Aces High’, al moeten we het vanavond helaas doen zónder die legendarische, gigantische Spitfire boven het podium. Überhaupt is dit qua spektakel niet de grootste show die Iron Maiden ooit gaf; geen spectaculaire decorwisselingen of grote doeken die om de haverklap veranderen. Enkel een groot scherm en her en der wat kandelaren.

‘Misschien tot volgend jaar!’

Maar dat geeft helemaal niks. Zeker niet als ‘Fear of the Dark’ wordt ingezet. Bruce verschijnt als een mysterieuze opzichter op het podium, gehuld in een zwarte overall en zwaaiend met een grote lamp.

Toegegeven: de frontman wordt over een maand 68 jaar, haalt lang niet al zijn hoge gilnoten meer en klinkt soms zelfs uitgeblust. Maar als 40.000 man die iconische melodie woord voor woord meebrullen, bezorgt dat puur kippenvel. Met het nostalgische ‘Wasted Years’ wordt vervolgens de perfecte punt achter de set gezet.

“Maybe until next year!”, roept Bruce lachend bij het afscheid. Het laat zien dat Iron Maiden écht nog geen genoeg krijgt van het podium.

Managing Director Jan Digneffe van organisator FKP Scorpio keek na afloop dan ook terecht met een enorme glimlach terug op deze driedaagse voltreffer. “Het begon met intense hitte en eindigde in intens geluk. Drie headliners die stuk voor stuk in topvorm waren. Meer kan een trotse festivalpromotor niet vragen.”

Het einde der tijden is onvermijdelijk, ook voor deze metalpioniers. Maar in een modern bandlandschap vol gepolijste acts blijft deze IJzeren Maagd een ronkend, authentiek monument dat simpelweg weigert om geruisloos de nacht in te gaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *