Dynamo Metal Fest 2026 zaterdag recensie: een dag vol extremen

Een snerpende gitaarsolo klieft door de lucht, zomaar uit het niets, vlak boven de voorste rijen van het kleinste podium op het terrein van het Eindhovense IJssportcentrum. Het is zaterdagmiddag, dag twee van Dynamo Metal Fest, en de Britse heavy metal-machine Tailgunner weigert om ook maar een beetje rustig op te starten. De heren staan letterlijk geen seconde stil.

Het is de perfecte manier om de festivaldag te openen. In het krappe half uur dat ze krijgen, geven de Britten werkelijk alles. Met nummers als Midnight Blitz en White Death schiet de band als een straaljager uit de startblokken, in een explosie van leer, zweet en pure energie. De jonge zanger strak in motorbike-outfit, zware eyeliner en wapperende manen pakt het publiek moeiteloos in. Zijn stem snijdt loeizuiver door de epische riffs van Shadows of War en het melodieuze Tears in Rain.

In een tijdperk van eindeloze subgenres herinnert deze band ons eraan waarom metal überhaupt bestaat: snelheid, melodie en een vlijmscherpe attitude. De invloeden van Whitesnake en Thin Lizzy druipen van het gitaarwerk af, wat prachtig naar voren komt tijdens het furieuze War in Heaven en het groots uitgesponnen Barren Lands and Seas of Red.

Na het meeslepende Eulogy besluiten ze hun set met de onvervalste klassieker-in-de-dop Guns for Hire. Tailgunner vliegt laag, snel en schiet met scherp. Een ronduit uitstekende warming-up.

Fit For An Autopsy

Vervolgens bestormt de Amerikaanse deathcore-grootheid Fit For An Autopsy het podium. De zanger, gekleed in een simpel Bodysnatcher-shirt, pakt de microfoon en trekt een ronduit bizarre strot open; misschien is dit wel de indrukwekkendste en zuiverste brul van het hele weekend.

Vanaf opener Lower Purpose deelt de band uit New Jersey direct mokerslagen uit. A Higher Level of Hate en It Comes for You volgen in rap tempo, aangedreven door breakdowns die als een betonnen muur in je gezicht klappen.

De gitarist, getooid met een imposante baard en een ‘Worship riffs not gods’-shirt, perst met een achteloze souplesse de ene na de andere moddervette riff uit zijn instrument.

Het mid-tempo Heads Will Hang en het duistere The Wretch sleuren Dynamo een zwart gat in, waarna het moderne deathcore-volkslied Black Mammoth luidkeels wordt meegebruld.

Halverwege vraagt de frontman om zoveel mogelijk crowdsurfers tegelijk, wat resulteert in een complete veldslag. Terwijl lichamen over elkaar heen buitelen, walst de band genadeloos door met Hostage en The Sea of Tragic Beasts.

Via Absolute Hope Absolute Hell en de verwoestende nieuwe titeltrack The Nothing That Is drukken ze stevig hun stempel op de middag.

Tegen de tijd dat ze via Pandora en Savior of None / Ashes of All aankomen bij afsluiter Far From Heaven, is het publiek al behoorlijk murw gebeukt. Ondanks het vroege tijdstip is dit zonder twijfel een van de absolute hoogtepunten van het weekend.

Bleed From Within

Alles moet kapot. En alles gaat kapot. Vanaf de eerste noot van opener Zenith bewijst de Schotse formatie Bleed From Within waarom ze al ruim vijftien jaar garant staan voor metalcore van de absolute bovenste plank.

Vlammenwerpers schieten metershoog de lucht in, terwijl The End of All We Know en Levitate de moshpit in zo’n gigantische stofwolk hullen dat het veld in een dorre woestijn verandert.

De zanger ontpopt zich tot een fenomenale frontman. Gehuld in een kilt en met zijn kenmerkende Schotse tongval, jut hij de menigte op tot ongekende waanzin. Sitdowns, twee gigantische walls of death; het kan niet op.

De agressieve, melodieuze blend van de band werkt live hypnotiserend, en nummers als A Hope in Hell en het moddervette, groovy Pathfinder hakken er genadeloos in. Ook tijdens God Complex en de kraker I Am Damnation verslapt de aandacht geen seconde.

Ze sluiten hun meeslepende set af met het loeiharde In Place of Your Halo. De zanger neemt een aanloop, duikt lachend het publiek in en neemt al crowdsurfend een Schotse vlag in ontvangst.

Bleed From Within is een graag geziene gast op festivals en stelt eigenlijk nooit teleur. Het is een gevestigde naam waar de metalwereld nog decennia plezier van gaat beleven.

Slaughter to Prevail

Daarna wordt het grimmig. Het Russische Slaughter To Prevail is met afstand de hardste en meest extreme band van de line-up.

Op het podium torent zanger Alex Terrible letterlijk en figuurlijk boven alles uit. Als een oorlogsgod die hoogstpersoonlijk het wolkendek aan flarden scheurt, slaakt hij de ene na de andere demonische oerkreet. Het blijft verbazingwekkend dat dergelijke geluiden uit een menselijke strot kunnen komen.

Met opener Bonebreaker en het brute Banditos is de toon direct gezet. Een reusachtige (nep)grizzlybeer op het podium maakt de theatraal strak geregisseerde show helemaal af, perfect passend bij nummers als Russian Grizzly in America en Viking.

De band draagt gehoornde maskers die een lichte Slipknot-vibe ademen, maar muzikaal is dit nog een flinke tik harder en ongenadiger. Via Imdead, Babayka en Bratva dendert de stoomwals meedogenloos voort, met het verpletterende tweeluik Hell en Baba Yaga als absolute nekslag voor de voorste rijen.

Toch schuilt er achter al dat brute geweld een menselijke kant. Na Koschei en een drumsolo pakt Terrible een zeldzaam rustmoment. Openhartig vertelt hij over zijn zware depressies en drugsgebruik van tien jaar geleden. Door uren in de sportschool te zweten en gezond te leven, is hij als een feniks uit zijn eigen as herrezen; een indrukwekkend en prachtig betoog.

Daarna gaat de knop weer rigoureus om voor de allesverwoestende klappers Demolisher, Conflict en Kid of Darkness. Hoewel de setlist tegen de tijd van afsluiter Behelit muzikaal wat repetitief aanvoelt, zal iedereen beamen dat dit theatraal en beestachtig indrukwekkend was.

Self Deception

Gooi Electric Callboy en Five Finger Death Punch in een blender op de hoogste stand, en je krijgt het Zweedse Self Deception. Opnieuw staan we bij het kleinste podium, maar de band heeft opvallend lak aan de beperkte ruimte. Ze hebben enorme vuur- en rookblazers meegesleept, iets wat we nog nooit eerder op dit formaat stage zagen. Een prachtig gekkenhuis.

Ze openen sterk met de grootse, meezingbare refreinen van ONE OF US en TIME’S UP, gevolgd door het aanstekelijke The Scandinavian Dream.

De band neemt zichzelf gelukkig totaal niet serieus, wat heerlijk naar voren komt tijdens het tongue-in-cheek nummer Matthew McConaughey. Maar vergis je niet: als het gas erop moet, dan gaat het erop. GODDAMN ME, Hell and Back en DON’T B E L O N G knallen met loodzware gitaren over het terrein.

Tijdens THE WEDDING en BREAK! neemt de show een onverwacht serieuze wending. De zanger vertelt geëmotioneerd over een goede vriend die hij recent aan een depressie verloor, en benadrukt luid en duidelijk hoe belangrijk het is dat we goed voor elkaar zorgen in deze scene. Het publiek luistert ademloos toe.

Na dit oprechte moment trekken ze de pit nog één keer open met het spijkerharde PSYCHO en de vlammende afsluiter Fight Fire With Gasoline. Een heerlijke set, al hadden ze meer publiek verdiend. Echter, na de emotionele en fysieke sloopkogel van Slaughter moest de halve weide simpelweg even uithijgen.

Lamb of God

En dan is het tijd voor het slotstuk. Eerlijk is eerlijk: we vroegen ons stiekem af of Lamb of God zijn rol als headliner nog kon waarmaken na het absolute geweld van Slaughter to Prevail.

Die twijfel wordt binnen tien seconden vakkundig de kop ingedrukt. Vanaf de eerste riff van Ruin bewijst het kwintet uit Virginia onomstotelijk waarom ze al decennia tot de absolute top van de New Wave of American Heavy Metal behoren.

De productie is simpelweg gigantisch. Enorme videoschermen, absurde vuurblazers, snoeiharde vuurwerkknallen; alle registers worden opengetrokken. De band plakt de klassieker Laid to Rest en publieksfavoriet Now You’ve Got Something to Die For moeiteloos aan de opener vast. Ze spelen bloedstrak. Vooral de drummer eist de aandacht op: hij vuurt zijn dubbele baspedalen en snares af alsof hij achter militair luchtdoelgeschut zit.

Tijdens Into Oblivion en Resurrection Man verandert het hele terrein in één grote kolkende zee. Zelfs achterin staat het ramvol. Dynamo was op de zaterdag stijf uitverkocht, en dat bewijst de onverminderde impact van deze iconen. Na Grace en Blunt Force Blues volgt het absolute hoogtepunt van de set: 512. Wat een weergaloze, slepende en dodelijke groove heeft die track. De hele IJsbaan deint onvermoeibaar mee.

Het tempo blijft moordend met Walk With Me in Hell, Parasocial Christ en het immer dreigende intro van Omerta. Zanger Randy Blythe raast intussen als een losgeslagen tijger over het podium en eist met succes de totale overgave van zijn publiek.

Na 11th Hour volgt de genadeslag met de apocalyptische sferen van Memento Mori en het verplichte, maar altijd verwoestende Redneck. Het is zonder twijfel een van de beste, zo niet de allerbeste show die we ooit van Lamb of God in Nederland hebben gezien.

Zo bleek de tweede festivaldag van Dynamo minstens zo indrukwekkend als de eerste, waarbij de hoogtepunten zich simpelweg aaneenregen. De nekspieren protesteren, het bier is op en het zweet plakt. Op naar dag 3 met onder meer In Flames en Godsmack, want in Eindhoven is metal nog altijd onverslaanbaar en springlevend.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *