Dynamo Metal Fest heeft door de jaren heen een onuitwisbare stempel gedrukt op het Nederlandse festivallandschap. We lieten ons op de eerste dag meevoeren door de dromerige melancholie van Amorphis, werden vakkundig omvergeblazen door de nietsontziende sloopkogel die Thy Art is Murder heet, en zagen powermetal-pioniers Helloween een ware zegetocht lopen. Ga er even goed voor zitten, want hier is ons verslag van een zinderende openingsdag.
De Finnen van Amorphis mogen voor ons het spits afbijten. Het mag gezegd worden: de band is een lichte vreemde eend in de bijt op dit affiche.
Waar men wellicht spijkerharde metalcore of scheurende solo’s vanaf de eerste seconde verwacht, brengt Amorphis meeslepende synths en dromerige folkstukken die meer weg hebben van een duister sprookje.
Toch komt de band, ondanks de schroeiende hitte en een imposant podium dat wellicht net iets te groot aanvoelt, wonderwel sterk uit de verf. Een gigantisch decorstuk in de vorm van een roofvogelkop zet direct de toon voor een sfeervolle set.
Opener ‘Bones’ trapt af met melancholische riffs, waarbij meteen opvalt hoe strak de zang in de mix staat. Zanger Tomi Joutsen brult het ene moment alsof de poorten van de onderwereld opengaan, om even later loepzuiver te zingen en de studiokwaliteit moeiteloos te evenaren.
Kippenvel!
Via de melancholische sfeer van ‘Light and Shadow’ rolt de set naadloos over in ‘Silver Bride’, het moment waarop het publiek voor het eerst massaal de vuisten in de lucht gooit. Na het meeslepende ‘Wrong Direction’ en het gure ‘Fog to Fog’ klimmen de Finnen met ‘The Castaway’ diep in hun progressieve deathmetal-verleden.
De stem van Joutsen schakelt continu feilloos tussen rauwe kracht en pure emotie. Nummers als ‘The Moon’ bezorgen het publiek kippenvel, waarna ‘Black Winter Day’ inslaat als een nostalgische bom; dit is de signature sound die de band sinds de jaren negentig heeft geperfectioneerd.
Na het ritmische ‘Dancing Shadow’ en de klassieker ‘House of Sleep’ volgt het absolute hoogtepunt: afsluiter ‘The Bee’. Joutsen maakt hierbij dankbaar gebruik van de catwalk, zoekt de rand van het podium op en windt het publiek moeiteloos om zijn vinger.
Hoewel de muziek van Amorphis zich misschien nog wel het beste leent voor een intieme zaal, is de kwaliteit zo ijzersterk dat de band werkelijk overal overeind blijft. De verwachtingen voor hun aankomende clubshow in februari volgend jaar in 013 zijn dan ook torenhoog.

Thy Art is Murder
De overgang van verfijnde Finse melancholie naar de absolute ravage uit Australië kan haast niet groter zijn. Thy Art is Murder stapt het podium op met maar één doel: het festivalterrein compleet slopen.
Op het veld zal in eerste instantie ongetwijfeld wat verbaasd zijn opgekeken, aangezien er plotseling een splinternieuwe frontman achter de microfoon staat. Geen Tyler Miller, maar Jerry Grimefeld.
Supersoaker in de aanslag
Met zijn petje half over zijn hoofd en een gigantische Supersoaker in de hand huppelt hij als een kind in een snoepwinkel over het podium en lijkt hij zichzelf totaal niet serieus te nemen. De online ontstane meme – “Who the fuck is Jerry Grimefeld?” – wordt door de zanger met trots uitgedragen op zijn T-shirt.
Men moet zich echter niet vergissen: er schuilt een meedogenloze orkaanbrul in deze frontman. ‘Blood Throne’ raakt het publiek als een voorhamer in het gezicht. De blastbeats en verwoestende riffs trekken onmiddellijk een enorme stofwolk op boven het IJssportcentrum.
Met ‘The Purest Strain of Hate’ – afkomstig van het iconische album Hate, waarmee de band geschiedenis schreef in de Australische Top 40 – wordt het terrein genadeloos op zijn kop gezet.
Tekstkennis?
De kersverse zanger heeft duidelijk iets te bewijzen en ontpopt zich direct tot de meest energieke frontman van de dag. Hoewel de articulatie en tekstkennis hier en daar nog wat te wensen overlaten, en het soms lijkt alsof er maar wat gebruld wordt bij gebrek aan de juiste woorden, is hem dat als nieuwkomer in deze slopersploeg snel vergeven. Hij voorziet de band onmiskenbaar van een heerlijke lading nieuw elan.
De set raast vervolgens onbarmhartig door. Na ‘Death Squad Anthem’ en het vlijmscherpe ‘Make America Hate Again’ rolt de band via ‘Slaves Beyond Death’ in het kolossale ‘Holy War’. Het beukende ‘Godlike’ demonstreert feilloos hoe blackened deathmetal tegenwoordig wordt gemixt met felle deathcore.
De bandleden zelf spelen uiterst strak en zijn op geen enkele fout te betrappen. Gitaristen Andy Marsh en Sean Delander leveren een partij slagwerk af die letterlijk en figuurlijk enorm veel stof doet opwaaien op Dynamo. De circlepit die ontstaat tijdens ‘Killing Season’, ‘Puppet Master’ en ‘Join Me in Armageddon’ is ronduit waanzinnig.
Na de zware grooves van ‘Keres’ en het sfeervolle ‘They Will Know Another’ volgt het onvermijdelijke genadeschot: ‘Reign of Darkness’. Het hele veld verandert in één grote, kolkende massa. Thy Art is Murder bewijst hiermee dat ze, ondanks alle line-up wisselingen, nog steeds het onbetwiste koningskoppel van de deathcore zijn.

Helloween
Dan is het tijd voor de grote afsluiting. Op voorhand heerste er bij sommigen wellicht wat scepsis over Helloween als headliner van de vrijdag.
Op papier klinkt de naam voor een deel van het publiek misschien minder zinderend dan een legende als Judas Priest, die eerder deze maand 013 nog platspeelde en ongetwijfeld ook hoog op het verlanglijstje van Dynamo stond. De Duitse powermetal-pioniers snoeren echter binnen enkele minuten alle criticasters genadeloos de mond. Het optreden ontpopt zich tot een volstrekt headlinerwaardig spektakel.
Vanaf opener ‘March of Time’ is de show compleet. Het podium bestaat uit één groot, dynamisch scherm vol prachtige visuals, geflankeerd door imposante led-palen aan de zijkanten.
Zangers Michael Kiske en Andi Deris zijn perfect op elkaar ingespeeld, vullen elkaar naadloos aan en trakteren het publiek op talloze spectaculaire kledingwissels. Elk nummer uit het veertigjarige oeuvre wordt gepresenteerd als een waar kunstwerk op zich.
Met het epische ‘The King for a 1000 Years’ en aanstekelijke meezingers zoals ‘Future World’ krijgt de band de weide direct volledig mee. Na de nieuwe kraker ‘This Is Tokyo’ breekt de absolute waanzin los tijdens ‘We Burn’, waarbij een van de zangers een heuse vlammenwerper ter hand neemt om het podium in vuur en vlam te zetten.
Absurd hoog tempo
Het tempo blijft absurd hoog met ‘Twilight of the Gods’, waarna de band ‘Ride the Sky’ inzet. Dit blijkt het absolute hoogtepunt van de show te zijn: een pure, scheurende powermetal-klassieker die door merg en been gaat.
De drie gitaristen – Kai Hansen, Michael Weikath en Sascha Gerstner – benutten de catwalk optimaal en soleren twee uur lang alsof hun leven ervan afhangt. Via het melodieuze ‘Into the Sun’, ‘Hey Lord!’ en het majestueuze ‘Universe (Gravity for Hearts)’ stoomt de set via een indrukwekkende drumsolo door naar het onvermijdelijke meezingmoment ‘I Want Out’.
Het terrein krijgt even de kans om op adem te komen tijdens het akoestische ‘In the Middle of a Heartbeat’ en het meeslepende ‘A Tale That Wasn’t Right’, om vervolgens weer keihard op het gas te trappen met ‘Heavy Metal (Is the Law)’ en het monsterlijke ‘Halloween’.
Regelrechte zegetocht
De toegift vormt een regelrechte zegetocht. ‘Eagle Fly Free’ vliegt er soepel overheen, ‘Power’ laat het IJssportcentrum op zijn grondvesten trillen en ‘Dr. Stein’ zorgt voor een uitzinnig feest. Uiteindelijk mag de outro van ‘Keeper of the Seven Keys’ deze magische avond definitief bezegelen.
Helloween levert een indrukwekkend totaalpakket af. Met zoveel getalenteerde muzikanten en visueel geweld op de planken, komt het publiek simpelweg ogen en oren tekort. Hoewel deze mannen al vier decennia meedraaien, weten ze het veld dit weekend pas écht definitief te veroveren.
Helloween toont anno 2026 aan nog altijd moeiteloos een gloednieuwe generatie metalfans aan te spreken, wat deze boeking meesterlijk geslaagd maakt. Het was, zonder twijfel, een avond om in te lijsten.


