Dauwpop 2026 recensie: dit waren de beste (en de slechtste) acts

dauwpop-2026-recensie

Een gitaar die de lucht in vliegt, een zee van opgestoken middelvingers en een muzikant die zonder enige twijfel met zijn instrument de dampende mensenmassa in duikt. Welkom in de pit van Roundabouts. We zijn nog maar net het speciaal ingerichte festivalterrein aan de Luttenbergerweg opgelopen, en op het podium wordt de boel rücksichtslos en vakkundig afgebroken. Dauwpop 2026 is ontwaakt.

Roundabouts

Precies zoals vorig jaar staat Roundabouts op ditzelfde podium, maar de dynamiek is radicaal gekanteld. Ze hebben een nieuwe frontvrouw. Een beeldschone, bijdehante verschijning die de term ‘rockattitude’ niet onlangs uit een boekje heeft geleerd, maar het simpelweg ademt. Ze scant het veld met een ijskoude blik en brult ronduit agressief om circlepits. En ze krijgt ze. Tegen het einde van de beukende set besluiten de planken haar niet meer genoeg te bieden; ze klimt brutaal op een van de stalen trappen naast het podium. Hoog boven de zwetende massa torent ze uit, terwijl ze de sterren van de hemel schreeuwt.

Muzikaal tapt de band uit een vat vol classic rock-’n-roll met een ronkende Thin Lizzy-vibe. Gitaren die heerlijk in harmonie janken.

En toch wringt het optreden ergens. Er is nog altijd géén volwaardig debuutalbum, waardoor de set aan elkaar hangt van losse tracks. Willen ze écht doorgroeien naar de langere slots, dan is er dringend meer munitie nodig. Maar als die bewuste gitarist pardoes de menigte in sprint en de bezoekers een gapende pit om hem heen bouwen, vergeet je dat gebrek aan repertoire op slag. Een bloedhete start van de dag, en terecht.

Waardering: ★★★½☆

Kingfishr

Dat groene, gemoedelijke karakter van Dauwpop verandert even later abrupt in een drassig overlevingskamp. Een klein half uur voor de show van Kingfishr breekt de hemel boven de Overijsselse boomtoppen genadeloos open. Code geel alert!

Het directe resultaat? De immense hoofdtent puilt werkelijk aan alle kanten uit. Bezoekers wurmen zich half in paniek op verhogingen, klimmen met modderige sneakers op elkaars schouders en vechten met ellebogen voor de laatste vierkante centimeter droogte.

Dit massale schuilen heeft natuurlijk een prijskaartje: lang niet iedereen achterin heeft ook maar een greintje aandacht voor wat er op het podium gebeurt. Maar voor de Ierse folkband zélf is deze stortbui een absoluut godsgeschenk.

Ze stappen het podium op en kijken in de ogen van een afgeladen, dampende zee van mensen. Kingfishr pakt dit cadeautje met beide handen aan. Ze worden in de wandelgangen al voorzichtig gepositioneerd als de nieuwe Mumford & Sons, en deze kletsnatte, broeierige middag ruikt verdacht veel naar een definitieve ommekeer in hun Nederlandse opmars.

Met overtuigende, banjodragende nummers als Killeagh, het scherp snijdende The Blade en Diamonds and Roses spelen ze zich dwars door het onweer heen. Het is echter prijsnummer Eyes Don’t Lie dat snoeihard door het klamme zeil echoënd wordt meegebruld.

De band krijgt de handen van duizenden mensen moeiteloos de lucht in. Daar staan we dan. Een kudde verzopen katten, besmeurd met zand en modder, schouder aan schouder folkrock zingend terwijl het buiten stervenskoud is. Dat is pure festivalmagie.

Waardering: ★★★½☆

Stone

Als we dan toch prijzen aan het uitdelen zijn: de trofee voor de meest doldwaze, knettergekke frontman van het weekend gaat per direct naar de zanger van Stone. The Royston Club trok op het allerlaatste moment met veel pijn en moeite de stekker uit hun geplande Dauwpop-gig. Paniek in de tent, maar daar was opeens Stone om de boel te redden. Vorige week, zo vertelt de zanger vol ongeloof, zat hij nog juichend en stuiterend voor his mailbox toen de organisatie het verlossende mailtje stuurde.

Die ontlading is tot achterin het veld voelbaar. Hij weigert te erkennen dat hij hier in de middag op het tweede podium van een bosfestival staat; deze man speelt alsof hij de zaterdagavond van Glastonbury aan het afsluiten is. Alles móét kapot.

Met een ronduit afzichtelijke groene bril op zijn neus, gehuld in een kekke outfit die de grenzen van de goede smaak ver overschrijdt, stuitert hij als een ongeleid projectiel over de planken. Hij trekt een arsenaal aan maniakale opjuttechnieken uit de kast, flankeert dat met volstrekt idiote dansjes, og Dauwpop vreet volledig uit zijn hand.

Tracks als Leave It Out en Autonomy fungeren als de snijdende soundtrack voor totale anarchie. Binnen een kwartier transformeert de complete vloer in één kolkende moshpit. Stone is de noodoplossing die duizend keer beter uitpakte dan het originele plan.

Waardering: ★★★★☆

Son Mieux

Na dat modderige slagveld is het de hoogste tijd voor een collectieve adempauze. Heling. Liefde. En wie kun je daar momenteel beter voor bellen dan Son Mieux?

Terug van weggeweest, zijn ze. Nadat het gaspedaal in hun stormachtige doorbraakjaren iets te lang was ingedrukt, besloot de frontman een half jaar geleden rigoureus op de rem te trappen. Het brandde op, het werd simpelweg te veel. En kijk hem nu staan. Opgeladen. Geland. Hij heeft de obsessieve controle durven loslaten en leunt zichtbaar meer op de rest van zijn zevenkoppige band.

Het effect is hartverwarmend: Son Mieux opereert vandaag meer als een eenheid dan ooit tevoren. De onderlinge chemie spat werkelijk van de bühne af. We zien een aai over een bezwete bol, een oprechte knuffel vlak voor een refrein en bloedfanatieke gitaarduels waarbij de brede glimlachen niet van de gezichten te slaan zijn. We kijken hier niet naar een strak geregisseerd popproduct vol huurlingen, maar naar een bloedhechte vriendengroep die toevallig krankzinnig sterke muziek aflevert. Dé ultieme Dauwpop-band.

Vanaf de allereerste akkoorden van When Tomorrow Comes gaat er een siddering door het veld en wordt er overal gedanst. De energieke frontman dwingt je om te kijken; hij kan geen béétje stilstaan. Zelfs met een gitaar om zijn nek gooit hij zonder moeite een compleet jaren-zeventig-danspakket uit de heupen.

Zijn ze momenteel de állerleukste liveband die ons land rijk is? Absoluut. Vaste kraker Multicolor vormt zoals altijd het breed uitgesponnen, euforische hoogtepunt. Heel Camping Waud veert mee. Volgend year exact hier wéér boeken, en snel.

Waardering: ★★★★½

Skunk Anansie

En dan valt de avond over de bomen en maken we ons op voor de zwaargewichten. Ze zitten inmiddels ruim dertig jaar in deze meedogenloze industrie, roept Skin even later vol branie, maar dit is verdomme de éérste keer dat ze op Dauwpop staan.

Skunk Anansie is met afstand de grootste en zwaarste naam die het festival voor deze editie heeft gestrikt. Maken de Britten die torenhoge verwachting ook waar? Ja, al komt dat vanavond nagenoeg uitsluitend door de oerkracht van één persoon.

Skin ís een wandelende legende. Haar kenmerkende kale hoofd, die buitenaardse stembanden van gewapend beton en die gevaarlijk pittige uitstraling, ze windt elke ziel moeiteloos om haar vinger.

Want wees eerlijk: welke artiest van haar statuur durft het anno nu nog aan om niet één keer, maar tot twéé keer toe vol de massa in te springen, zich te laten dragen door een zee van handen en gewoon vól door te zingen?

Skin flikt het lachend en maakt zich in 75 overweldigende minuten volstrekt onsterfelijk. Jarennegentig-anthem Weak scheurt de nacht aan flarden en wordt luidkeels meegebruld. Verrassend genoeg slaan venijnige nieuwe tracks zoals Artist is an Artist ook wonderbaarlijk goed aan.

Valt er dan niets te klagen? Zeker wel. Eerlijk is eerlijk: als band heeft Skunk Anansie nooit écht boven haar eigen piekjaren weten uit te stijgen. De indrukwekkende momenten worden afgewisseld met middelmatige liedjes zonder échte urgentie, waardoor de spanningsboog halverwege soms pijnlijk inzakt. Toch mag Dauwpop zijn knuisten stijf dichtknijpen met zo’n knetterende, iconische afsluiter op de planken.

Waardering: ★★★½☆

The Wombats

We beginnen onze tweede dag met een tocht over het zonovergoten terrein bij het onverbiddelijke hoofdpodium. The Wombats mogen aantreden. Het is inmiddels hun tweede keer hier in de bossen van Hellendoorn; in 2014 stonden ze hier voor het eerst en eigenlijk fungeren ze sindsdien als de spreekwoordelijke, onverwoestbare meubels van de Nederlandse festivalzomer.

We kennen de truc inmiddels wel. Natuurlijk, ze brengen de hits mee. Let’s Dance To Joy Division en Greek Tragedy zijn van die stadionvullende anthems die iedereen – van de cynische hardcore indie-kid tot de toevallige passant met een lauw biertje in de hand – blind meezingt. Ze nodigen direct uit tot hossen. Tot het massaal in de lucht gooien van bezwete armen. Maar daar houdt het dan helaas ook wel direct op.

Wat The Wombats op Dauwpop laten zien, grenst gevaarlijk dicht aan muzikale bloedarmoede. Laten we het beestje gewoon bij de naam noemen: het blijven toch vooral een stel onverbeterlijke sulletjes. De drie heren stralen op dat gigantische podium de charisma van een natte krant uit.

Er is geen sprankje gevaar, geen vuur, werkelijk nul interactie met de voorste rijen die niet pijnlijk gescript voelt, en de humor is uren in geen velden of wegen te bekennen. Ze raffelen in een uurtje netjes en plichtmatig hun setlist af. Live krijgen die overbekende stadionhits nergens dat broodnodige, extra gewicht of de scherpe randjes die een festivalshow onvergetelijk maken.

Zelfs de lichtshow kun je ronduit slaapverwekkend noemen; een handvol meegenomen lampen knippert ongeïnspireerd mee op de luie maat van de kickdrum. Halverwege de set trekt het publiek massaal zijn eigen, harde conclusies. De grote tent stroomt in een gestaag tempo leeg, op zoek naar prikkels die de aandacht wél verdienen. Volkomen logisch.

Waardering: ★½☆☆☆

Fat Dog

Als we het dan toch over prikkels hebben, komen we onherroepelijk uit bij de absolute sloopkogel van deze festivaldag. Fat Dog. De omroeper van Dauwpop waarschuwde de voorste rijen expliciet voor een moshpit die zich van de uiterste linkerkant tot de uiterste rechterkant van de tent zou gaan voltrekken. Een beetje overdreven, dacht je nog. Hij kreeg ábsoluut gelijk.

Bij Fat Dog moet simpelweg alles kapot. Denk aan de georkestreerde chaos van een band als De Staat, maar dan geïnjecteerd met een ongezonde dosis illegale steroïden en een totale, heerlijke minachting voor de eigen veiligheid.

Het knalt. Het dondert. Het is van een onontkoombare, ranzige aanstekelijkheid. De frontman trekt zich he-le-maal niets aan van de ongeschreven regels van de podiumkunsten. Hij duikt als een bezetene het publiek in, baant zich een weg door de kolkende massa en gaat halverwege de set plotseling languit op de met bier doordrenkte vloer liggen. Een fractie van een seconde houdt heel Dauwpop de adem in. Heeft hij zich geblesseerd? Breken we de boel af? Niets daarvan. Het is puur, onversneden theater.

De track Go Fuck Urself degradeert niet zomaar tot een leuk liedje; het is een bloedserieus bevel dat duizend kelen luidkeels en agressief terugschreeuwen richting het podium.

Maar het absolute, zinderende kookpunt bereiken we pas echt tijdens King of the Slugs. De baslijn walst zo moddervet over het veld en de opgebouwde energie voelt zo allesvernietigend, dat een kleine, lokale aardbeving de weide van Dauwpop lijkt open te splijten.

Dit klopt aan alle kanten. Met ongekende afstand het állerbeste dat we deze editie hebben mogen meemaken.

Waardering: ★★★★★

Sugababes

En dan, alsof de duivel ermee speelt, belanden we bij het meest bipolaire moment van het weekend. De Sugababes. Zonder enige twijfel de meest controversiële en bekritiseerde boeking in de hele, rijke geschiedenis van dit festival.

Het is een act met een behoorlijke, donkere bagage; we herinneren ons achter de schermen allemaal nog feilloos hoe ze bijna eigenhandig zorgden voor het faillissement van Pinkpop, toen de organisatie ze als headliner programmeerde tijdens die inmiddels beruchte, gitzwarte editie. Sinds 2023 hebben de dames de smaak echter weer helemaal te pakken. Ze toeren zich een ongeluk en strijken ook veelvuldig neer in ons kikkerlandje.

Het zijn stuk voor stuk best leuke dames, ergens vertegenwoordigen ze een onaantastbare iconische status. Ze katapulteren je direct, zonder pardon, terug naar het gouden TMF-tijdperk, toen zij de echte, ongenaakbare sterren van de beeldbuis vormden.

Het hele veld voor de mainstage stroomt dan ook propvol. Niet voor de diepgaande muzikale verrijking, maar uit pure, morbide nieuwsgierigheid. Een massale, collectieve guilty pleasure. Vooruit, de iconische hits klappen er lekker in en iedereen blèrt de refreintjes mee.

Maar laten we de realiteit niet verbloemen: deze act klinkt live werkelijk nergens naar. Het vocale niveau stuitert alle kanten op en klinkt vaker pijnlijk vals dan zuiver. De visuals die over de gigantische schermen achter de dames rollen, ogen alsof de stagiair ze vanochtend nog in allerijl vanuit Windows Movie Maker heeft geëxporteerd. Het is pijnlijk goedkoop, het is plat, en het is om te janken zo slecht.

Dauwpop moet zichzelf hier toch echt even streng achter de oren krabben en keihard realiseren dat ze dit soort fratsen niet meer moeten uithalen.

Waardering: ★★☆☆☆

Antony Szmierek

Hoe razendsnel de bittere nasmaak van platte pop kan wegspoelen, bewijst Antony Szmierek even later aan de compleet andere kant van het terrein. Dit is geen standaard muzikant, dit is een adembenemend fenomeen in wording. Szmierek bewijst zich hier als een opkomende legende die eerder deze week nog totaal moeiteloos een ramvolle, dampende Melkweg in Amsterdam omver blies.

Zijn grote, overdonderende doorbraak kwam vorig jaar met de geniale, stuiterende single The Hitchhiker’s Guide To The Fallacy. Hij rapt en predikt over kwetsbaarheid, over rauw escapisme, vakkundig verpakt in zijn volstrekt kenmerkende mix van Britse spoken word en beukende dansmuziek. Alles pompt live uit de versterkers via een rete-strakke indieband.

Vanaf de allereerste seconde klemt Antony Szmierek de dampende tent volledig in zijn ijzeren greep. Hij vertikt het om braafjes op het verhoogde podium te blijven staan. Hij neemt een rotvaart, springt de stalen barricade over en belandt snoeihard midden in de kolkende menigte. Uit het absolute niets grist hij de zonnebril van het gezicht van een stomverbaasde fan op de voorste rij, die het vervolgens uitschreeuwt van het lachen.

Szmierek slaat gemoedelijk zijn arm om de schouders van een meisje en begint uitgebreid en intiem met haar te dansen in de modder. Hij spot een gozer in een vaal, rafelig Oasis-shirt en begint ter plekke, a capella en onnoemelijk lelijk, Wonderwall te zingen. Het veld ligt compleet in een deuk.

Het ongeëvenaarde hoogtepunt volgt als hij tegen het einde van de set besluit de lange wandeling naar achteren te maken, om via de geluidstoren op de bar te klimmen en die sigaret op te steken. Het is inmiddels volstrekt helder: geen enkele show van deze man volgt hetzelfde script. Het onvoorspelbare, zwetende gevaar dat The Wombats zo pijnlijk misten, spat er hier in dikke druppels vanaf. Antony Szmierek zet hier met speels gemak een van de absolute, onbetwiste hoogtepunten van Dauwpop 2026 neer. En terecht.

Waardering: ★★★★☆

In een festivallandschap dat zich elk jaar verder dreigt te verslikken in veilige, gepolijste laptop-shows en zielloze hap-slik-weg hitjes, bewijst Dauwpop 2026 de onbetwiste, rauwe overlevingskracht van de imperfecte live-ervaring. Het festival is meegegroeid met zijn tijd, zonder ook maar een greintje van die modderige, dwarse bos-romantiek te verliezen.

Tot volgend jaar!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *