Bospop 2026 vrijdag recensie: een walhalla voor de gitaarfreak

Bovenop de schouders van een beveiliger, die hem kriskras door een zee van tienduizend uitzinnige festivalgangers manoeuvreert, ramt Airbourne-frontman Joel O’Keeffe de ene na de andere furieuze solo uit zijn gitaar. Even daarvoor sloeg hij nog een vol blik bier tegen zijn eigen schedel kapot tot het openbarstte. Het is halverwege de vrijdagmiddag in Weert en de toon voor misschien wel de beste line-up in de geschiedenis van Bospop is onherroepelijk gezet.

Vergeet de brave popdeuntjes, vergeet de veilige radiohits. Vandaag is Bospop een vrijhaven voor de echte liefhebber van hardrock, heavy metal en pure, onversneden gitaarmuziek.

Floor Jansen: keizerin verovert Weert

Nog voor de bierdouches van de Australiërs over het veld trekken, is het de beurt aan onze eigen metal-trots om het festival officieel in de hoogste versnelling te trappen.

Floor Jansen behoeft anno 2026 eigenlijk geen introductie meer. Van haar pionierswerk met After Forever tot de absolute wereldtop met Nightwish, en van het ontroeren van miljoenen in De Beste Zangers tot aan uitverkochte theatertours; Jansen is een fenomeen.

Ze trapt haar Bospop-set meedogenloos af met Nightwish-kraker Noise. De band zet loeistrak in, maar het is die immense, bijna onmenselijk krachtige sopraanstem van Jansen die het veld onmiddellijk muisstil krijgt.

De goedlachse Brabantse, opnieuw gekleed in een schitterend zwarte gotisch kostuum, schakelt moeiteloos door naar het felle, stampende Wolf and Dog uit haar ReVamp-tijdperk. Je ziet de verbazing bij de festivalgangers die haar enkel kennen van haar zachtere solowerk; deze vrouw is in de kern een rasechte metalhead, en dat zullen we weten ook.

Tijdens haar solonummers Invincible en Run toont ze haar emotionele diepgang. Jansen communiceert continu met de voorste rijen, haar blik warm maar vol absolute controle over het immense podium.

De opbouw in de setlist is subliem gekozen. Met Élan, Lanternlight en Spider Silk masseert ze het epische Nightwish-geluid langzaam de Weertse klei in. Maar het is bij Face Your Demons (After Forever) dat het gaspedaal écht diep wordt ingedrukt. Oude metalharten kloppen sneller bij deze nostalgische uppercut.

Vanaf daar is het een ereronde. 7 Days to the Wolves, de onvermijdelijke oorwurm Amaranth en publieksfavoriet Nemo volgen elkaar in rap tempo op, waarna ze toepasselijk afsluit met haar solo-hit Fire. Jansen overspoelt Bospop met een stemgeluid dat live simpelweg geen gelijke kent. Een opener van wereldformaat, logischerwijs.

Airbourne: adhd-rock-‘n-roll

Als Floor Jansen de elegante keizerin van de dag was, dan is Airbourne de losgeslagen dorpsgek die zojuist de kroegdeuren uit de scharnieren heeft getrapt.

Meer rock-‘n-roll gaat Bospop het niet krijgen, punt. Vanaf de bloedstollende opener GUTSY is het alsof er een granaat op het podium ontploft. Frontman Joel O’Keeffe moet haast wel ADHD hebben. Hij rent, springt, duikt en stuitert als een opgefokte flipperkast van de linker- naar de rechterkant van het kolossale podium.

De Australiërs ademen de geest van AC/DC, maar pompen er een ongezonde dosis eigen testosteron in. Bij Too Much, Too Young, Too Fast en Back in the Game ontstaat de eerste massale moshpit van de dag. O’Keeffe maakt als enige artiest van de dag werkelijk volledig gebruik van de ruimte die hem geboden wordt. Het gitaarwerk is vuig, rauw en snoeihard. Na Raise the Flag volgt Bottom of the Well, verrassend opgeleukt met een brutale riff-snippet van Ghostbusters.

En dan de interactie. O’Keeffe stopt de show doodleuk halverwege Breakin’ Outta Hell. Hij schenkt halve biertjes in en begint ze in het publiek te smijten. De eis? Iemand móét de beker vangen zonder te morsen, anders speelt de band geen noot verder.

Keer op keer kletst een beker bier kapot op de weide (zie filmpje op ons Instagram-kanaal). Bospop lacht, klapt en houdt de adem in. Uiteindelijk vangt een geluksvogel op de dertiende rij het goudgele vocht. De weide ontploft, O’Keeffe grijnst zijn tanden bloot, en de band knalt vol overgave in Live It Up en Ready to Rock.

De finale is een ware aanslag op de conditie. O’Keeffe spartelt als een vis op het droge over de podiumvloer, gooit zijn voeten in de lucht en blijft onverstoorbaar zijn solo’s door janken.

Afsluiter Runnin’ Wild wordt extreem uitgemolken, uitgerekt tot een bezwete jam van een minuut of twaalf. Elke andere band was hier genadeloos op afgestraft, maar Airbourne komt er moeiteloos mee weg. De sympathie die deze gasten uitstralen is zo ontzettend aanstekelijk. Wanneer de laatste akkoorden uitdoven, heerst er vooral een collectief gevoel van uitputting op het veld. We waren bekaf, en terecht.

Within Temptation: de échte headliner van de dag

Terwijl de zon langzaam zakt, bewijst Within Temptation waarom zij tot de absolute top van de Europese festivals behoren.

Laten we er geen doekjes om winden: dit had vandaag de headliner moeten zijn. Ze hebben de songs, de frontvrouw, het epische decor en de meedogenloze strakheid. Vanaf de eerste minuut kwam, zag en overwon Within Temptation Bospop met een uur lang aan bombastische operametal die dwars door merg en been snijdt.

Het decor is werkelijk immens. Het podium is getransformeerd tot een vervallen, gotisch kasteel vol enorme, gedetailleerde pilaren, badend in duistere rook.

De openingstrack We Go to War voelt als de intro van een blockbuster. Sharon den Adel verschijnt op het podium, haar gezicht verborgen achter een onheilspellend masker, gehuld in een stralende witte jurk met gouden omlijningen.

Zodra het masker afgaat voor Bleed Out, ontpopt ze zich tot de engelachtige verschijning die het veld in een ijzeren greep houdt. Ze kronkelt, zwiert en zweeft over het podium. Ze oogt als een engel, en zo klinkt ze ook. Den Adel is ongekend goed bij stem vandaag.

De setlist is een masterclass in dynamiek. Het razendsnelle Faster en het groovende Wireless bewijzen dat het nieuwere werk live staat als een huis.

Maar Bospop kolkt pas echt over als het klassieke Stand My Ground wordt ingezet. Hier staat een band op de absolute top van zijn kunnen. Misschien zijn ze wel nóóit zo goed en relevant geweest als in dit huidige decennium. De zware grunts in The Howling en de emotionele lading van Supernova dwingen louter respect af.

Het slotakkoord is er een voor in de geschiedenisboeken. Via Paradise (What About Us?) werkt de band toe naar de onbetwiste oerknal: Ice Queen en Mother Earth.

Muzikaal gezien is dit zonder twijfel het absolute hoogtepunt van de dag. Het is nu al reikhalzend uitkijken naar hun headlineshow op de Zwarte Cross volgende week. Magistraal!

Steel Panther: een glorieus treinongeluk

Wie zich na het epische geweld van Within Temptation verheugde op een ‘woke’ en beschaafd uurtje muziek, kwam bij Steel Panther bedrogen uit.

Satchel, Michael Starr en consorten geven het woord ordinair al jaren een compleet nieuwe dimensie, en anno 2026 is het eigenlijk een godswonder dat een band als deze nog kan en mag bestaan.

Het stikt van de seksgrappen, piemelopmerkingen en de schaamteloze objectificatie. Naast de band staan twee schaars geklede paaldanseressen die, met volle overgave, hun achterwerk gebruiken om live op het podium een pak slaag te incasseren van de bandleden. Het is totaal over-the-top.

Ze openen strak met Eyes of a Panther en Tomorrow Night. Maar al snel dreigt de show te ontsporen. Na Asian Hooker – waarvoor op uiterst dubieuze wijze een fotograaf van vermoedelijk Aziatische afkomst het podium op wordt gesleurd – neemt de band pauze. Een praatje van welgeteld zéven minuten volgt. Het slap geouwehoer duurt dermate lang dat een aanzienlijk deel van de Bospop-weide uit pure verveling begint te fluiten en te jouwen.

Net als je denkt dat de band zich compleet vergaloppeert, zetten ze Just Like Tiger Woods in. En dan besef je weer: los van alle gortdroge wansmaak, zijn dit domweg ontzettend goede classic metal songs. Zanger Michael Starr heeft een strot van heb ik jou daar, die met speels gemak de hoogste glam-metal uithalen haalt.

Het wordt pas écht ongemakkelijk (en hilarisch) als ze voor het platvloerse Girl From Oklahoma een jonge meid uit het publiek halen. Tot lichte paniek van Starr en Satchel blijkt het meisje pas vijftien jaar oud te zijn.

Je ziet de bandleden even zweten. Ze balanceren op het randje van annulering. Maar dan krijgt het meisje de microfoon, blijkt ze een fantastische stem te hebben, zingt ze loepzuiver mee en trekt ze het niveau van de show eigenhandig weer uit het moeras van de goede smaak. Een bizar, onvergetelijk festivalmoment.

De climax wordt bereikt bij 17 Girls in a Row, waarbij er tientallen uitzinnige meiden uit het publiek het podium opduiken om samen met de bassist mee te bouncen.

Ze sluiten dit vulgaire circus af met Gloryhole. Af en toe geloof je niet waar je naar staat te kijken. Het voelt bij vlagen als een treinongeluk dat in slow-motion blijft ontsporen, maar het maakt Steel Panther wél een volstrekt unieke act.

Absoluut de leukste, meest opmerkelijke show van de middag.

Volbeat: een headliner met ademnood

Dan valt de nacht over Weert. Het is tijd voor de headliner. Ooit gold het Deense Volbeat als een van de meest frisse en vernieuwende metalbands van deze generatie, een geoliede machine die rockabilly en snoeiharde metal naadloos in elkaar vlocht.

Maar vanavond op Bospop wordt pijnlijk duidelijk dat de band in zwaar weer verkeert. Dit was geen beste show. Sterker nog: het is misschien wel de minste prestatie die we ooit van Volbeat hebben gezien.

De opener The Mirror and the Ripper klinkt direct rommelig. Zanger Michael Poulsen maakt een uiterst vermoeide, uitgebluste indruk. Het is de laatste show van het jaar voor de band, en het vat lijkt compleet leeg.

Met zijn oranje Max Verstappen-shirt (een knipoog naar zijn held) toont Poulsen nog best goodwill, en de sporadische Formule 1-grapjes tussendoor landen goed bij het publiek, maar de charismatische, energieke frontman die hij normaal is, is in Weert nergens te bekennen.

Het vertrek van leadgitarist en publiekslieveling Rob Caggiano laat zich live snoeihard voelen. Volbeat klinkt trager, mist scherpte, en de anders zo swingende groove is ver te zoeken. Lola Montez wordt nog plichtmatig meegezongen door de voorste vakken, maar bij Demonic Depression zakt het tempo dramatisch in.

Bij Fallen veert de show weer even op. Poulsen draagt de track hoorbaar geëmotioneerd op aan zijn overleden vader. Een oprecht moment in een verder steriele set. Vervolgens struikelt de band door Sad Man’s Tongue en The Devil’s Bleeding Crown, waarbij het gitaarwerk blikkerig over het veld waait.

Het helpt ook niet dat de showproductie ontstellend sober is. Waar Within Temptation eerder op de dag uitpakte met vuur, rook en een kasteel, moet Bospop het bij hun officiële afsluiter doen met één armetierig groot doek op de achtergrond. Visuele armoede.

Wanneer For Evigt klinkt, deint het veld nog één keer op de automatische piloot mee. Een veilige publiekslieveling, net als het matig uitgevoerde Seal the Deal. Echte hoogtepunten zijn verder simpelweg niet te bekennen. De sprankel is weg.

Gelukkig deelt de band in de finale met Still Counting en een verrassende medley (A Warrior’s Call / Pool of Booze, Booze, Booza) nog één venijnige klap uit. Daar horen we ineens weer een schim van het Volbeat in betere jaren. Een felle uithaal, strak gitaarwerk, pure agressie. Waarom niet meteen zo?

Volbeat sluit af, het licht springt aan, en het applaus is beleefd, maar niet euforisch. Hierna zal de band zich heel serieus achter de oren moeten krabben en flink aan de bak moeten om hun status als headliner voor grote Europese festivals te behouden. Pijnlijk, maar waar.

Wat een dag

Ondanks de vermoeide zwanenzang van Volbeat, valt er over deze eerste Bospop-dag eigenlijk maar één ding te concluderen: de organisatie in Weert mag belachelijk trots zijn op wat ze vandaag in één dag hebben gepropt.

In een festivallandschap dat steeds vaker zwicht voor de waan van de dag, voor veilige TikTok-hitjes en zielloze pop-crossovers, bleef Bospop vandaag trouw aan het ronkende gitaargeweld.

Op naar de tweede dag!

Screenshot

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *