Geen vlammenwerpers, geen torenhoge videoschermen en geen gegarandeerde hitparade op de automatische piloot: dit is veruit de meest unieke show die Arch Enemy ooit op Nederlandse bodem gaf.
Gepropt op het lage podium van een kolkende Pandora in TivoliVredenburg trekt de Zweedse melodieuze-deathmetalveteraan vanavond geen blik geijkte festivalanthems open, maar een arsenaal aan zeldzame, lang vergeten parels. Sommige klinken in geen twaalf jaar meer live. Een gedenkwaardige avond voor de fijnproever, en het absolute bewijs dat de band aan haar vierde leven begint.
Wat een intro!
Als openingstrio knallen ‘Silent Wars’, ‘Taking Back My Soul’ en ‘The First Deadly Sin’ er zonder genade in. De zaal verandert krap binnen tien minuten in een stomende kookpot. Na dat slopende openingssalvo neemt de kersverse frontvrouw het woord. “Kom op jongens, dit is een fucking metalshow”, grijnst Lauren Hart met een bezweet gezicht naar de voorste rij.
Hart, die sinds februari het stokje overnam van Alissa White-Gluz na haar glansrol op Blood Dynasty, stelt zich simpel voor: “Ik ben nieuw in deze familie, ik heet Lauren, hoi.” Het is aandoenlijk, maar vergis je niet: zodra ze de microfoon naar haar mond brengt, transformeert ze in een demonisch natuurgeweld.
Gedroomde opvolger
‘Ravenous’ en het majestueuze ‘War Eternal’ volgen met verwoestende kracht. Hart bezit een heerlijke, rauwe brul en haar tomeloze energie werkt zowel aanstekelijk als hypnotiserend.
Ze lacht continu, scant de zaal en weet iedereen van de voorste barricade tot aan de bar op te jutten. De gedroomde opvolger? Absoluut. Misschien past ze zelfs nóg wel beter bij de band dan haar voorganger. Net als Alissa is ze een beeldschone verschijning, maar haar podiumaanwezigheid lijkt beter bij de band te passen.
Met de kersverse single ‘To the Last Breath’ vuurt de band hun nieuwste wapenfeit af. De track knalt er genadeloos in en bewijst dat de groep onder aanvoering van oprichter en ex-Carcass-gitarist Michael Amott nog niets aan slagkracht heeft ingeboet. Amott blijft simpelweg heer en meester in het schrijven van moddervette, herkenbare riffs. Elk nummer van de twintig op de setlist voelt als een schot in de roos, een waar rifffeest.
Na de titeltrack van het laatste album, ‘Blood Dynasty’, duikt de band verrassend diep de geschiedenisboeken in. “Ik hou van de pit en van de energie”, zegt Hart, “maar we gaan nu naar het eerste nummer dat Amott schreef voor de band. Wie kent hem?” Wanneer het intro van debuutsingle ‘Bury Me an Angel’ inzet, gaan er opvallend weinig handen de lucht in. Het verraadt dat de Pandora vanavond vooral gevuld is met liefhebbers van het latere werk. Toch deinst de band niet terug: de hele geschiedenis moet gevierd worden, niet alleen de usual suspects.
Geen rem op
Het blok met ‘Under Black Flags We March’, het strijdlustige ‘The Eagle Flies Alone’ en meezinger ‘No Gods, No Masters’ zet de zaal weer op zijn kop. Na het instrumentale rustpunt ‘I Am Legend/Out for Blood’ stomen ze genadeloos door met zeldzaamheden als ‘Dead Bury Their Dead’, ‘Burning Angel’, het venijnige ‘Dead Eyes See No Future’ en de ultieme klassieker ‘We Will Rise’. Er zit na ruim een uur nog altijd geen rem op.
“Dit is een nieuw hoofdstuk”, verklaart Amott droogjes bij de start van de toegift. En zo voelt het. Met ‘Blood on Your Hands’, het sfeervolle ‘Snow Bound’ en het onvermijdelijke slagwerk van ‘Nemesis’ bereikt de oververhitte zaal zijn absoluut kookpunt, waarna het melancholische ‘Fields of Desolation’ deze historische uitputtingsslag definitief afsluit.
In een carrière van ruim dertig jaar heeft Arch Enemy de melodieuze agressie geperfectioneerd, maar in deze intieme setting oogt de band simpelweg herboren. Zonder opsmuk, puur op karakter en pure klasse. De koningen – en koningin – van de Zweedse metal zijn klaar voor de toekomst, en hoe.
