In een volle Boerderij in Zoetermeer bewijst The Perfect Tool donderdagavond opnieuw waarom ze wereldwijd worden gezien als de meest overtuigende vertolkers van Tool, met vooral een bezeten frontman die met zijn satanische dansjes akelig eng op Maynard James Keenan lijkt.
De frontman – linksachter verscholen op een blok achter zijn microfoonstandaard, precies zoals de echte Tool – heeft de houding van iemand die een ritueel uitvoert, in plaats van een optreden. Hij hurkt, kronkelt, zwaait met zijn armen als een sjamaan die onzichtbare energieën naar zich toe lijkt te trekken.
Zijn stem klinkt verbluffend dichtbij het origineel: het nasale, haast mechanische timbre dat plots kan omslaan in een oerschreeuw. Wie de ogen sluit, hoort geen tribute, maar Tool zelf.
’Wie wil er fisten?’
Tussen de nummers door breekt hij de betovering met droogkomische opmerkingen. “Wie is er klaar om te fisten?”, roept hij door een megafoon. Het publiek lacht; hij pauzeert even en voegt er met gespeelde ernst aan toe: “Laat maar, we bewaren het fisten voor later.” Daarmee hint hij natuurlijk naar het nog te spelen Stinkfist, dat vanavond pas laat in de set opduikt.
Even later bedankt hij het publiek ‘voor het komen opdagen op een woensdag, waarop gelach volgt, want het is natuurlijk donderdag. “Ah ja, donderdag dan. Tijd is een illusie”, mompelt hij, alsof het allemaal bij de act hoort.
De band voor en naast hem speelt met chirurgische precisie. Lateralus bouwt zich op als een architectonisch bouwwerk, laag na laag, tot de climax aanvoelt als een kathedraal van geluid. Eulogy drijft op logge baslijnen en een zanger die elk woord uitspuugt alsof hij een preek houdt. Tijdens Crawl Away gaat het publiek los, niet door te springen, maar door mee te bewegen in hetzelfde ongrijpbare ritme, een gezamenlijke cadans van hoofden en schouders.
Paard geneukt?
Een bijzonder moment komt halverwege, wanneer de zanger het publiek vraagt: “Heeft iemand hier ooit een paard geneukt?” Twee dronken mannen roepen instemmend. Zonder een spier te vertrekken zegt hij: “Deze is voor die eenzame paardenneukers.” Dan start de band The Patient, en de overgang van absurditeit naar melancholie is zo soepel dat het haast kunst is.
Wat deze avond onderscheidt van veel andere tribute-shows, is de aandacht voor details. De visuals – abstracte patronen, lichamen in ontbinding, draaiende spiralen -sluiten perfect aan bij de muziek, zonder goedkoop of letterlijk te worden.
En de setlist is een cadeau voor de liefhebber: minder voor de casual luisteraar, maar des te meer voor de ingewijde. Hush, Part of Me, 4° – nummers die Tool zelf zelden nog speelt – krijgen hier een nieuw leven, alsof de band een vergeten hoofdstuk van hun eigen geschiedenis openvouwt.
Als Stinkfist dan eindelijk komt, is de spanning bijna tastbaar. De zaal kolkt, maar niet als bij een doorsnee rockconcert, eerder als één ademend organisme. De band sluit af met Sober, gedragen en donker, en laat daarna enkel stilte achter.
Bij het verlaten van de zaal blijft de echo hangen van wat zojuist is gebeurd: geen imitatie, maar perfectie. The Perfect Tool speelt niet Tool, ze zijn het, al is het maar voor één avond in Zoetermeer.
