Een kletsnatte straal water uit een felgekleurde Supersoaker kletst vol in het gezicht van Joe Nally. De frontman van Urne kijkt opzij, zijn ogen spuwen even vuur en hij oogt zichtbaar geïrriteerd, maar hij slikt zijn vloek in. Hij grijpt de hals van zijn basgitaar, stapt resoluut naar de microfoon en brult de loodzware openingszinnen van Be Not Dismayed over het kleine podium van het IJssportcentrum. Dynamo Metal Fest dag drie is bruut ontwaakt.
De Londense band gooit direct alle opgekropte frustratie in de strijd. Tijdens The Spirit, Alive klinkt het trio loeistrak, waarbij de doordachte combinatie van sludge en metalcore als een mokerhamer op het vroege publiek neerdaalt.
Urne is eigenlijk de liefdesbaby die Gojira en Mastodon nooit hebben gehad. Het is dan ook geen toeval dat Joe Duplantier hun laatste plaat produceerde en Troy Sanders op hun nieuwste single meeschreeuwt. Deze band heeft werkelijk alles in zich om uit te groeien tot een van de belangrijkste spelers in het genre. Toch laat die échte, definitieve doorbraak op zich wachten. Doodzonde.
Ze denderen chronologisch en meedogenloos verder. Becoming the Ocean golft over het veld met logge, tegendraadse riffs, direct gevolgd door het epische drieluik van hun indrukwekkende set: Serpent & Spirit, het emotioneel beladen A Feast on Sorrow en de sfeervolle afsluiter Harken the Waves.
Nally heeft de wateraanval inmiddels vergeven en geeft met zijn mannen een heerlijke, intense set weg waar het veld verrassend goed op gaat. Een moddervet begin van de dag, zonder enige twijfel.

Death Angel
Hoe vaak Death Angel inmiddels op Dynamo heeft gestaan, is eigenlijk niet meer bij te houden. Met de overdaad aan thrashmetalbands op de line-up dit weekend is het verdraaid moeilijk om je nog te onderscheiden, maar de mannen uit de Bay Area steken vandaag simpelweg met kop en schouders boven de concurrentie uit.
Ze trappen het gaspedaal in met The Moth en het venijnige The Dream Calls for Blood. Zanger Mark Osegueda heeft ondanks zijn leeftijd nog steeds een absolute dijk van een stem. Kraakhelder, snerpend en agressief. Puur genieten.
Tijdens Cult of the Used en klassieker Seemingly Endless Time hitst Osegueda het publiek onophoudelijk op. Hij wil alles zien: zweet, bloed en rondvliegend bier. Dynamo gehoorzaamt braaf. De ene na de andere circlepit tekent zich af in het stof voor het podium, we zijn de tel halverwege de set al kwijt.
De band dendert onverminderd door met Father of Lies en Let the Pieces Fall. Geen gelul, maar rammende gitaren en die typische jaren 80-attitude. Via het indrukwekkende Claws in So Deep en Lost bouwen ze op naar de genadeklap.
Evil Priest snijdt dwars door de ziel, waarna de klassieke uitsmijter Thrown to the Wolves het veld definitief in as legt. De beste thrashmetalact van dit weekend, en terecht.

200 Stab Wounds
Nee, een schoonheidswedstrijd gaan deze gasten niet winnen. De gitarist van 200 Stab Wounds is ietwat aan de zware kant en heeft tot overmaat van ramp een veel te krap, openstaand jackje aangetrokken. Maar weet je? Het siert hem juist.
Deze gasten hebben gewoon schijt aan alles en iedereen. Ze zijn 100% zichzelf en dat valt alleen maar te respecteren. Waar het om draait is hoe ze klinken. En als Slayer straks óóit écht met pensioen gaat, mogen we in onze handen knijpen dat we deze band nog hebben.
Ze openen met Symbolic in Glory en Fatal Reality. Wat een gruwelijke, smerige riffs persen deze mannen uit hun instrumenten. De zanger klinkt tijdens Defiled Gestation en Masters of Morbidity volstrekt demonisch, alsof hij zojuist rochelend uit de zevende cirkel van de hel is gekropen.
Via Hands of Eternity schakelen ze door naar het razendsnelle Itty Bitty Pieces. Nee, een originaliteitsprijs voor grensverleggende deathmetal gaan ze nimmer in de wacht slepen, maar muzikaal is dit beestachtig goed in orde. Skin Milk walst over je heen, waarna afsluiter Tow Rope Around the Throat je met een whiplash achterlaat. Wat een verwoestende sound.

Godsmack
Een echte hoogvlieger in het Europese metallandschap zal Godsmack waarschijnlijk nooit meer worden. De band steekt de oceaan zelden over. Ze stonden in het verleden op het inmiddels ter ziele gegane FortaRock, een set die destijds pijnlijk matig en gezapig aanvoelde.
Op Dynamo krijgen ze hun broodnodige herkansing en eerlijk is eerlijk: het gaat ze vandaag een heel stuk beter af. Met When Legends Rise en You and I pakken ze het veld direct stevig beet. De motor in deze post-grunge machine is zonder twijfel nieuwe drummer Mike Mangini, onlangs genadeloos op straat gezet door Dream Theater. Hij mag zijn virtuoze trommelkunsten nu hier vertonen en wat een beest van een drummer blijft die man toch.
Sully Erna klinkt tijdens Cryin’ Like a Bitch!! en Straight Out of Line vocaal sterk, al is de zanger met zijn strakke witte bandana en zwarte zonnebril wel het wandelende rock-cliché. Door die donkere glazen oogt hij de hele show behoorlijk afstandelijk.
De hits vliegen ons gelukkig om de oren. Awake, Surrender en het ronkende 1000hp rammen er heerlijk in. Het onderstreept tegelijkertijd het pijnpunt van de band: de muziek van Godsmack heeft live soms bitter weinig om het lijf. De theatraal bedoelde intermezzo’s zijn eigenlijk gewoon saai en best eendimensionaal.
Na de drumsolo gooien ze er gelukkig weer de beuk in met Whatever en Bulletproof, om vervolgens keihard af te sluiten met megahit I Stand Alone. Het is leuk en vermakelijk voor drie kwartier, maar veel langer hoeft deze band eigenlijk niet op een podium te staan.
In Flames
In Flames heeft voor deze set een behoorlijke productie meegenomen. Boven de band hangt een grote stalen stellage waar verschillende lampen aan hangen die tijdens de show heen en weer flikkeren.
Die zes stalen draden vol verlichting wekken sterk de indruk van dat gigantische monster uit het eerste seizoen van Stranger Things. Voeg daar de indrukwekkende trappen vol flitsende LED-lampen en de robuuste rechthoekige schermen op de begane grond aan toe, en je hebt direct een visueel fraai spektakel te pakken. Dat hebben ze écht ijzersterk neergezet.
Maar een gruwelijke lichtshow maskeert helaas geen dof geluid. Zodra de Zweedse melodieuze deathmetalpioniers vlammend openen met publieksfavoriet Colony, hoor je direct dat de afstelling de band flink in de steek laat. De gitaarriffs klinken ronduit modderig. Met Deliver Us en Voices schotelen ze ons vervolgens twee toegankelijkere, modernere tracks voor. De vele lekkere hitjes die deze mannen hebben geschreven komen door die doffe mix vanavond helaas niet fantastisch uit de verf. Zonde.
Frontman Anders Fridén laat de moed echter geen seconde zakken en heeft het overduidelijk naar zijn zin. Hij pakt de microfoon voor een oprechte overpeinzing, net voor de intro van Meet Your Maker. “Deze avond is surrealistisch voor mij,” vertelt hij, kijkend over de hoofden van het publiek. “Ik was veertien jaar oud toen ik naar Testament luisterde in Eindhoven. En nu luisteren ze naar míjn muziek. Dit is echt ongelofelijk. Houd vast aan je dromen, op een dag kan het zomaar gebeuren.” Mooie gast.
Muzikaal zakt het middenstuk daarna wel wat in. Dat lange, sfeervolle The Chosen Pessimist slaat op het veld van Dynamo een beetje dood. Eindhoven wil rammen, niet wegdromen. Gelukkig schudt de iconische, industriële groove van Cloud Connected de weide vervolgens genadeloos wakker. De band grijpt daarna met Artifacts of the Black Rain briljant terug naar hun rauwe, snelle Gothenburg-wortels.
Direct daarna ontploft de boel pas écht met dé hymne van de avond: Only for the Weak. Een zee aan metalheads springt op en neer alsof de wereld morgen vergaat.
Toch kroont In Flames zich vanavond niet tot de ultieme headliner van het weekend. De setlist voelt simpelweg niet perfect gebalanceerd. Ze grijpen opvallend vaak terug naar de rustigere, modernere tracks zoals Foregone Pt. 2 en het commerciëlere Alias, wat de pure snelheid uit een metalshow haalt.
Wij missen bovendien een snoeiharde klassieker als Pinball Map opvallend hard. Dat gemis wreekt zich in de afronding. Tijdens de furieuze beuker I Am Above en brute afsluiter Take This Life, waar ze overigens wél nog één keer overtuigend bewijzen waarom zij dit subgenre eigenhandig groot hebben gemaakt, zie je de eerste bezoekers al richting de uitgang stromen. Dat heeft ongetwijfeld óók te maken met de fysieke vermoeidheid na drie dagen intens feesten, maar toch.
De eindbalans van Dynamo Metal Fest
Al met al mag de organisatie terugkijken op een verdomd geslaagd weekend in Eindhoven. Heeft het festival die ronduit fantastische, waanzinnige line-up van vorig jaar geëvenaard? Nee, niet helemáál.
Maar in de brede zin van het woord was dit absoluut weer een snoeihard feest voor iedere liefhebber van zware gitaren. Dynamo bevestigt opnieuw zijn rotsvaste status als de betrouwbare thuishaven voor thrash, death en metalcore binnen het Europese festivallandschap.
Volgend jaar keert Dynamo Metal Fest gewoon weer terug naar het vertrouwde IJssportcentrum en wij zijn nu al gruwelijk benieuwd met welke namen ze dan op de proppen komen. Bier, moshpits en rammende riffs; meer heeft een mens simpelweg niet nodig.

