Tienduizend kelen schreeuwen het refrein van Sharp Dressed Man zó ongenadig hard mee, dat legende Billy Gibbons zowaar even schrikt. Hij lijkt haast zijn iconische zonnebril af te willen zetten om te zien wat er in godsnaam voor hem staat te brullen. Terwijl de Harley Davidson-tent transformeert in een kolkende Texaanse snelweg, bereikt de tweede dag van Bospop een absoluut hoogtepunt.
Maar er gebeurde meer op deze zonovergoten zaterdag in Weert. Hieronder volgt onze top 6 van een festivaldag die nog maar eens onderstreept dat gitaarmuziek niet alleen springlevend is, maar ook nog altijd genadeloos hard in je gezicht kan terugslaan.
6. Kensington
Laten we er geen doekjes om winden: het ongenaakbare momentum van de Utrechtse rockmachine ligt inmiddels achter ons. De glorietijd dat ze de ArenA meerdere avonden op rij blind uitverkochten, is met het vertrek van brulboei Eloi Youssef definitief overgewaaid.
De band móést door, en met de nieuwe frontman James Dowd beginnen ze dapper aan een nieuw avontuur. Dat doen ze met de borst vooruit, maar de kille realiteit is dat het laatste album First Rodeo geen potten wist te breken. Die apathie sijpelt door op de Bospop-weide.
Het veld staat absoluut indrukwekkend vol als openers Stay en What Lies Ahead over de menigte denderen, maar de vlam slaat simpelweg niet in de pan.
Dowd zingt loepzuiver en werkt zich een slag in de rondte, maar de gehele set mist het sprankelende, het ongrijpbare dat Kensington voorheen wél bezat. Dat ligt niet per se aan Dowd, maar puur aan de schaduw van Youssef, wiens unieke schuurpapier-stem het onbetwiste handelsmerk van de band vormde.
Tijdens nieuwere tracks als Riddles en Lightning deint het publiek plichtmatig mee, maar het voelt gezapig. Oude hits als Sorry en Streets leveren beschaafd applaus op. De weide heeft de band weleens zóveel enthousiaster onthaald dan vandaag.
Pas bij afsluiter A Moment veert Weert echt op. Dat blijft live een onverwoestbare, moddervette muur van geluid, waarmee de band de set alsnog met een overtuigende knal afsluit. Degelijk vakmanschap, maar we hebben ze echt weleens beter gezien.
5. Razorlight
Op het allerheetste moment van de dag een compleet festivalveld proberen in te pakken vanaf een immens hoofdpodium. Ga er maar aan staan.
Razorlight, de Britse indie-darlings van weleer, grijpt die loodzware taak met beide knuisten aan. En eerlijk is eerlijk: het gaat ze bijzonder verdienstelijk af. Dat komt vooral door zanger Johnny Borrell, die gretig is en goed bij stem is.
Tegelijkertijd, en dat zal iedereen op Bospop beamen, gaat deze set niet de geschiedenisboeken in. Daarvoor klinkt een song als Stumble and Fall soms net iets te braafjes over het kolossale veld.
Maar de band weet wel te blijven verrassen. De felle, rammelende gitaarlijntjes tijdens In the Morning en In the City bewijzen dat de chemie in deze originele bezetting weer helemaal terug is.
Halverwege de set, vlak voor de tranentrekker Before I Fall to Pieces, vindt Borrell het welletjes. De hitte blijkt ook op het podium moordend. Uit die blouse! Met ontbloot bovenlijf, de zweetdruppels glinsterend in de middagzon, gaat hij de Weertse koperploert te lijf.
Het voegt een welkome scheut oer-energie toe aan Somewhere Else en Don’t Go Back to Dalston. Na het melodieuze Good Night sluiten de Britten af met de absolute onvermijdelijkheid: America.
Een nummer met meer dan 200 miljoen streams op Spotify mag je inmiddels gerust bestempelen als een regelrechte klassieker, en Bospop zingt dan ook elk woord naadloos mee. Gewoon een héél prima bandje om de dag mee te beginnen, niks meer en niks minder.

4. Henrik Freischlader
Als we ons even later verplaatsen naar de schaduw van de tent, staat daar een goed bewaard geheim van de Europese bluesrock op een hongerig Bospop te wachten.
Henrik Freischlader, uiterst bescheiden gehuld in een lichtbruin hoedje en een aards bruin hemd, steekt prachtig af tegen zijn oogverblindend glanzende rode gitaar. Hij trapt af met Roy Buchanan’s The Messiah Will Come Again. Tenminste, dat is de bedoeling.
Na de eerste hartverscheurende noten kapt zijn gitaarinstallatie er plotsklaps mee. De paniek op het podium is behoorlijk zichtbaar; technici rennen als opgeschrikte kippen over het podium. Er moet plotsklaps een compleet nieuwe rig de bühne op gesleept worden, een tergend proces dat ruim tien minuten in beslag neemt. De stress bij de crew giert door de tent, maar Henrik? Die blijft ijskoud en leunt stoïcijns tegen de drumriser.
Als hij eindelijk weer is ingeplugd, golft er een collectieve zucht van verlichting door de afgeladen tent. Tot Henriks grote verbazing (en ontroering) is vrijwel niemand weggelopen om elders bier te halen.
Die ongekende loyaliteit betaalt hij snoeihard terug. Vanaf Early Morning Blues en Hendrix Rock trakteert hij Weert op een magistrale, ouderwetse bluesshow vol bloed, zweet en rauwe emotie. Zijn rode gitaar jankt en huilt tijdens New Beginning en She’s Back (for Another Try), vakkundig ondersteund door een waanzinnig getalenteerde begeleidingsband die ons duizelingwekkende Hammond-orgelsolo’s om de oren slaat.
Hij weeft een hypnotiserend groovenummer in Fis moeiteloos vast aan Hands of Jesus. Freischlader vertelt na afsluiter Breakout zichtbaar dankbaar dat hij later dit jaar terugkeert naar Weert, naar popzaal De Bosuil. Onze gok is dat die zaal na déze weergaloze triomftocht stijf uitverkocht zal zijn.

3. Triggerfinger
De schemering is gevallen, de perfecte setting voor de meest stijlvolle rockmachine van de Lage Landen. Met het trieste overlijden van bassist ‘Monsieur Paul’ kreeg Triggerfinger een gigantische mokerslag te verwerken. De band moest van heel ver komen om dit weer op te pakken.
Hoe ontroerend is het dan om te zien dat Bospop ze vanavond direct weer massaal en onvoorwaardelijk in de armen sluit. Ze trappen snoeihard af met opener Geronimo en het voelt onmiddellijk alsof de Belgen nooit zijn weggeweest. Zanger en gitaargod Ruben Block ziet er weer onberispelijk uit: een zwart bloesje gedecoreerd met grote bloemen, afgemaakt met zijn kenmerkende, flitsende puntschoentjes.
Het decor is fraai. Achter de heren prijkt een indrukwekkend arsenaal aan tientallen enorme lampen, die als immense autokoplampen een sfeervol, dreigend oranje licht over het podium werpen.
Muzikaal deelt de band ouderwets tikken uit in de vorm van Colossus en By Absence of the Sun. Het kloppende hart van deze band blijft die waanzinnige, pompende drumstijl van Mario Goossens. Hij mag dan inmiddels een getekende, oudere kop hebben gekregen, aan fysieke jeugdigheid heeft hij werkelijk niks ingeboet. Tot wel vijf keer toe klimt hij bovenop zijn drumkit om Bospop als een wilde op te jutten.
En dan, die cover. Tijdens monsterhit I Follow Rivers neemt het publiek de zangpartij massaal over. De donderende echo die door de tent galmt en over het veld rolt, roept dik kippenvel op.
De ontlading volgt tijdens afsluiter Let It Ride, waarbij Block al scheurend op zijn snaren pardoes bovenop het drumstel van Mario springt. Ze komen later dit jaar terug naar 013. Als ze dáár spelen zoals vanavond, staat Tilburg iets absurd moois te wachten.

2. Tribute to Toto
Een coverband op een festival van dit kaliber? Dat voelt op papier altijd een beetje als een zwaktebod, maar de praktijk blijkt onweerstaanbaar. Wat een heerlijk, overdonderend uurtje was dit!
Deze gasten vormen geen doorsnee, zoutloze bruiloftsband, maar zijn een verzameling verdomd goede muzikanten die het iconische repertoire van hun grote idolen van Toto met immens respect én een eigen smoel benaderen.
De absolute sterren van de show staan iets meer naar achteren gepositioneerd. De prachtig geklede achtergrondzangeressen trekken stiekem de hele show naar zich toe met hun loepzuivere uithalen en een vibrato waar je de ruiten van de lokale kerk mee uit de sponningen blaast.
Ze geven hits als Pamela, Hold the Line en Can’t Stop Loving You een verrassend levendige interpretatie. Het is nergens een gemakzuchtige kopie. Ze geven elkaar constant de ruimte om te excelleren.
Het onbetwiste orgelpunt is – uiteraard – afsluiter Africa. De toetsenist neemt hier vol overtuiging de leadzang voor zijn rekening, exact zoals David Paich dat bij de échte band doet. Het veld deint euforisch mee, de bierbekers gaan de lucht in. Toto zelf zou vanaf de zijkant van het podium knikkend hebben toegekeken, vervuld met pure trots.

1. ZZ Top
En dan de absolute kroon op het Bospop-weekend. Soms bekruipt je het gevoel alsof Lemmy Kilmister met een tijdmachine uit de dood is gehaald, zichzelf heeft gekloond en als blues-duo de hort op is gegaan.
De heren van ZZ Top maken een opvallend spierwitte, haast fragiele indruk. Hoort het bij de theatrale show, of is het de onvermijdelijke tand des tijds? Niemand die het écht weet, maar hun hele overkomen werkt ongekend aanstekelijk.
Voor deze afspraak in Weert hebben ze hun absolute paasbest uit de kledingkast getrokken: pikzwarte jasjes bezaaid met fonkelende glitters en geborduurde bloemen, een excentriek beige hoedje afgetopt met een vuurrode strik, en Gibbons pronkt non-stop met een knalblauwe gitaar.
Het podium is een waanzinnige explosie van kleur, nog eens versterkt door het enorme ledscherm op de achtergrond. Daarop staat een virtuele, gigantische graffiti-wall afgebeeld, waarop het bandlogo spuitbus-vers geverfd is.
Wie hun muziek afdoet als simpele boogiewoogie, luistert gewoon niet goed. Achter de gruizige riffs schuilt ongekend veel subtiliteit en een weergaloze souplesse.
Gelijk bij opener Got Me Under Pressure wandelt de bassist achteloos het podium op met een werkelijk krankzinnige basgitaar, uitgerust met wel vijftien snaren. Het oogt volslagen belachelijk. En het ís belachelijk. Maar ZZ Top is de enige band ter wereld die er moeiteloos mee wegkomt.
De meezingers rollen als zware vrachttreinen over ons heen. Waitin’ for the Bus, Jesus Just Left Chicago, en uiteraard Gimme All Your Lovin’. De foute, in-sync dansjes op de maat van de muziek zijn onveranderd doeltreffend.
Via I’m Bad, I’m Nationwide en Cheap Sunglasses werkt de band toe naar hét kookpunt: Sharp Dressed Man. Bospop schreeuwt de longen zó extreem hard uit het lijf in het refrein, dat zanger Billy Gibbons er zichtbaar van schrikt. Hij is nog maar zesenzeventig jaar oud, oogt héél stiekem een beetje als honderd, maar zodra zijn knokige vingers het fretboard raken, verandert hij in een onsterfelijke gitaargod.
Na een ronkende toegift vol moddervette blues met Brown Sugar, Thunderbird en afsluiter La Grange, laten de bebaarde heren een totaal verpletterde weide achter. Bospop buigt diep.

Wat een weekend!
Bospop bewijst dit jaar opnieuw waarom ze het kloppende rockhart van de Europese festivalzomer zijn. Waar een grote concurrent als Pinkpop dit jaar genadeloos wegzakte in een brij van inwisselbare TikTok-pop, laptopartiesten en bloedeloze radiohitjes, houdt Weert de rug majestueus recht. De organisatie weigerde concessies te doen en leverde een snoeiharde, zweet-doordrenkte line-up af waar de échte liefhebber u tegen zegt. Ze hebben de grote spelers dit jaar meedogenloos afgetroefd op het gebied van pure, rauwe gitaarmuziek..
Wie zei dat gitaarmuziek op sterven na dood is, was dit weekend overduidelijk niet in Weert. Tot volgend jaar!

