Annisokay bewijst zaterdagavond in Eindhoven dat hun naam misleidend is. Deze band is niet ‘okay’, deze band is briljant. Ze combineren spijkerharde metalcore met een heerlijk enthousiasme dat zeldzaam is in dit genre. Waar bands als Bury Tomorrow lijken te stagneren, groeit Annisokay en daar is de show in het uitverkochte Dynamo het levende bewijs van.
De zaal is al lang voor aanvang volgestroomd; rijen fans in Annisokay-shirts staan dicht opeengepakt, alsof ze zich willen verzekeren van een plekje zo dicht mogelijk bij het epicentrum (lees: aardbeving) van wat komen gaat.
Verpletterend en doeltreffend
Opener Throne of the Sunset barst los en meteen is duidelijk dat Annisokay niet gekomen is om subtiel te beginnen. De riffs zijn hard, erg hard en de grunts verpletterend en doeltreffend. De band oogt hongerig, vastbesloten om hun grootste Nederlandse headlineshow niet zomaar af te werken, maar te veroveren.
Met Never Enough blijft Annisokay het gaspedaal ingedrukt houden. De melodieuze zang van gitarist Christoph Wieczorek snijdt door de muur van geluid, terwijl de grunts van Rudi Schwarzer als stormvlagen over de zaal razen. Het contrast tussen hun stemmen blijft het geheim wapen van Annisokay: woede en melancholie in perfecte balans.
Bij What’s Wrong grijpt Wieczorek de microfoon, roept met een brede grijns “Hallo Eindhoven!” en de zaal antwoordt luidkeels. Het nummer is het hardste van de set, verklapt hij (al blijkt dit later een leugentje om bestwil).
Sitdown en wall of death
Wanneer Ultraviolet inzet, neemt de band kort adem. “Vermaken jullie je een beetje?”, vraagt Rudi. “We zijn nu 35 procent door de tour,” voegt Christoph er lachend aan toe. “En hier hebben we toch wel het meeste in.” De dankbaarheid klinkt oprecht, en het feit dat de show is uitverkocht, geeft die woorden extra gewicht.
De set beweegt soepel door de nieuwe en oude favorieten. Like a Parasite bijt fel van zich af, Splinters drijft op een bijna popgevoelige melodie zonder zijn scherpte te verliezen. Voor My Effigy kondigt Christoph aan: “Het wordt heet hier, laten we gek worden op dit nummer.” En dat gebeurt. De circlepit wordt een maalstroom van zweet, haar en glimlachen: puur genieten!
Dan volgt het moment van de avond: Human. Rudi vraagt om een Wall of Death, en stapt er vervolgens doodleuk zelf in. Voor een paar seconden lijkt de hele zaal in slow motion te staan, tot het sein wordt gegeven en de massa op elkaar botst in pure chaos.
Met Good Stories en H.A.T.E. (de gezamenlijke track met Any Given Day) laat Annisokay zien dat ze ook kunnen spelen met dynamiek. De zaal gaat massaal zitten op verzoek van de band; alle lichten in Dynamo floepen aan, en voor even voelt het alsof iedereen één is. Daarna die ontlading: kippenvel.
Wachten op de grote zalen
De band schakelt zonder haperen naar Friend or Enemy, Inner Sanctum en Calamity. Elke breakdown, elke refreinlijn wordt woordelijk meegezongen. De teksten verschijnen soms op de schermen achter de band, maar het voelt nooit als karaoke, eerder als collectieve overgave.
“Er komen zoveel mensen naar onze shows deze tour”, zegt Christoph zichtbaar ontroerd. “Zoveel mensen die onze muziek willen luisteren die wij hebben geschreven. Daar zijn we zo dankbaar voor.” En dat voel je. Wanneer hij het publiek opdraagt om ‘shut the fuck up’ mee te brullen tot de breakdown, doet de hele zaal mee.
Laat je niet misleiden door de wat cheesy bandnaam: Annisokay knalt er hard op, zonder pretentie, zonder maniertjes. Dit is metalcore in optima forma: dikke grunts, emotionele zang, vette breakdowns en refreinen die zich genadeloos in je hoofd nestelen.
Dynamo was vanavond te klein voor deze band, letterlijk en figuurlijk. Als Annisokay deze lijn doortrekt, is het slechts een kwestie van tijd voordat ze de grote zalen vullen.
