“Jullie houden wel van een beetje hakken hier in Rotterdam, hè?” Kevin Rattgi, de ene helft van het vocale duo van Electric Callboy, grijnst breed terwijl hij over de deinende massa in de RTM Stage kijkt. De zaal antwoordt met een oerbrul die de fundering van Ahoy doet sidderen. Het is 2026, maar voor even voelt het als 1995 op een illegale rave, midden in een moshpit.
Welkom bij de Tanzneid Tour.
Vergeet subtiliteit. Boven de band hangt een monsterlijk, driedimensionaal kruis dat niet alleen van kleur verschiet, maar ook rook uitspuugt en teksten projecteert. Een visueel anker in een show die werkelijk alle kanten op stuitert.
Tuinpakken en gabberkostuums
De heren staan zelf ook niet stil. Gestoken in knotsgekke tuinpakken en knalgele gabberkostuums (inclusief die onvermijdelijke, foute pruiken) rennen ze over het podium. Ze springen voortdurend op een verhoging vlak voor het decor om synchroon hun ‘stomme’ choreografieën uit te voeren. Het is theater van de lach, maar de spijkerharde metal verliezen ze opnieuw geen seconde uit het oog.
De opening met TANZNEID zet direct de toon. Rookwerpers knallen uit het plafond en de eerste salvo’s aan vuurwerk zorgen ervoor dat je direct wakker bent. Geen tijd om even rustig in je biertje te staren. Meteen aan de bak!
Van treingeluiden tot de ‘Bassboy’
Vroeg in de set krijgen we Tekkno Train. Een vrij absurd gezicht: duizenden fans die op commando het geluid van een stoomtrein nadoen terwijl de eerste vlammenwerpers de lucht in de RTM Stage verzengen. Je voelt de hitte op je wangen. Bij Hypa Hypa gaat de rem er definitief vanaf. De zaal verandert in een kolkende massa van zweet en euforie.
En dan, net als je denkt dat je het kunstje wel doorhebt, schakelt de band over naar de ‘Electric Bassboy set’. Een dj bestijgt het podium en plotseling is Ahoy een dubstep-bunker. Hardcore beats en drum n bass vliegen ons om de oren, doorspekt met nostalgische samples zoals “let the body hit the floor”. Verfrissend, gewaagd en vooral écht grappig. Ze snappen dat een show van ruim anderhalf uur dynamiek nodig heeft.
Tussen al het elektronische geweld door is er gelukkig ook ruimte voor de puristen. Met een blokje ‘metalcore-oudjes’, waaronder het prijsnummer Crystals, bewijst de band dat ze hun roots niet zijn vergeten. Hier geen techno-beats, maar gitzwarte screams en technisch strak gitaarwerk. Een herinnering aan de tijd dat ze nog iets serieuzer waren, en het publiek vreet het op.

Intimiteit in de chaos
Halverwege de set gebeurt er iets bijzonders. De band verdwijnt van het hoofdpodium en duikt plotseling op op een klein eilandje midden in de zaal. Een piano, een paar microfoons en een zee van telefoonlichtjes.
De akoestische versies van Fuckboi en het begin van Everytime We Touch (die heerlijke Cascada-cover) zorgen voor een zeldzaam kippenvelmoment. Je staat daar, schouder aan schouder met zwetende metalheads die plotseling met een brok in hun keel meezingen.
Maar dit is wel Electric Callboy ten voeten uit. De intimiteit duurt precies lang genoeg voordat ze met een rotgang terug naar het hoofdpodium sprinten om het nummer af te maken met de nodige screams, vuur en een muur van geluid. Een vrij bizarre overgang, maar werkt fantastisch.
Wat de avond echt ‘grounded’ maakt, is de interactie tussen de muzikanten. Ze ouwehoeren, vallen elkaar in de rede en nemen de tijd voor een oprechte ode aan hun crew. “Terwijl wij in een container FIFA zitten te spelen, bouwen zij de hele set en stage op. Zij zijn de echte rocksterren,” aldus Nico. Een groot applaus volgt, en terecht. De productie vanavond is vlekkeloos.

De ultieme ontlading
Richting de finale wordt de trukendoos volledig opengetrokken. Het nieuwe Elevator Operator wordt onthaald als een klassieker, inclusief een gastrol voor Uke Bosse. Bij RATATATA missen we Babymetal fysiek wel een beetje, maar de 3D-visuals compenseert veel. De teksten vliegen van het scherm af, alsof ze je persoonlijk willen raken.
Niet alles is een voltreffer; nummers als Neon en MC Thunder (ondanks de gave 3D-Cadillac op het scherm) halen de vaart er soms een klein beetje uit. Maar dat is muggenziften.
De afsluiter We Got the Moves is de enige logische climax. Wanneer de drop in het midden valt, voelt het alsof heel Rotterdam-Zuid aan het hakken is. Een soort New Kids Turbo-energie neemt bezit van de zaal. De confettiregen is zo dik dat je de band nauwelijks meer ziet, maar dat maakt niet uit. Je voelt de bas in je kuiten, je ziet de grijns op de gezichten om je heen.
Electric Callboy is in een paar jaar tijd gegroeid van een curiositeit op Jera On Air naar een headliner die de RTM Stage met speels gemak inpakt. Een overrompelende mix van Duitse gründlichkeit en totale anarchie. Een groot feest dat nog uren nadreunt in je oren.
Volgende halte? Het hoofdpodium van de allergrootste festivals. En ze gaan daar de boel net zo hard afbreken.
