Wie The Fortunate Sons eind vorig jaar in een zweterig poppodium de tent zag afbreken, kreeg in Waalwijk een heel andere dimensie van de band voorgeschoteld. Waar het optreden destijds vooral luid, ruig en ongeremd was, bewees de show vrijdagavond in Theater De Leest dat deze CCR-idolaten ook in een subtielere setting excelleren.
Dat de deuren van dit theater voor de vierde keer op rij volledig uitverkocht waren, onderstreept het moordende en succesvolle tempo dat de band aanhoudt sinds hun doorbraak in The Tribute: Battle of the Bands.
Achterhoekse nuchterheid
Het doek gaat op en de frontman pakt de zaal direct in met zijn onvervalste, plat Achterhoekse accent: “Gezellig dat jullie er allemaal zijn, hebben jullie er een beetje zin an?” De toon voor een ontspannen avond is gezet. Met een gezonde dosis sarcasme vraagt hij of de aanwezigen “überhaupt wel bekend zijn met het werk van de band,” waarna een vlot vertelde anekdote over John Fogerty de opmaat vormt voor een strak gespeeld Before You Accuse Me.
Wat direct opvalt in de line-up is de kersverse bassist Richard Wallenburg, gestoken in een houthakkersblouse. Hij ontpopt zich al snel tot een absolute sfeermaker; zijn permanente, brede lach en aandoenlijke, ritmische huppeltjes op de maat van de bas geven de band een frisse, aanstekelijke energie. Niet zo’n gek podiumbeest als voorganger Arn, maar wel minstens zo goed. Houden deze!
Muzikale rariteiten en rapportcijfers
Een theater leent zich bij uitstek voor verhalen en rariteiten, en dat hebben de ‘Sons’ goed begrepen. Zo durven ze het aan om twee nummers van The Golliwogs (de rammelende voorloper van Creedence Clearwater Revival) te spelen. Hoewel het duidelijk nog CCR in de kinderschoenen is, is het voor de fijnproevers genieten geblazen. “Gelukkig is dat niks geworden”, grapt de gitarist even later, “anders hadden wij vanavond met van die malle pruiken op gemoeten.” Ook horen we het zelden gespeelde Porterville, door de zanger bestempeld als ‘het Almelo van Amerika’, een knipoog naar de stad waar hij zelf een kroeg runt.
Er is sowieso veel ruimte voor interactie. Alle bandleden pakken hun momentje om de zaal toe te spreken. De drummer, die vanavond zijn verjaardag viert, neemt daar ruim de tijd voor. Hoewel zijn betoog wat langdradig en ietwat ongemakkelijk uitvalt, past het ook wel weer mooi bij de charmante en informele theatersfeer. De frontman keurt ondertussen de ritmiek van de zaal: het meeklappen wordt halverwege beloond met een schamele 7,5, maar krijgt later op de avond gelukkig een upgrade naar een 8,5.
Kippenvel en wisselzang
Visueel wordt het publiek meegenomen in een nostalgische reis. Oude beelden van de band, iconische Woodstock-opnames van Fogerty en beelden van hun Battle of the Bands-avontuur flikkeren over het scherm en roepen warme reacties op uit de zaal.
Na de pauze verrast de band vriend en vijand met een akoestisch drieluik, wat misschien wel het hoogtepunt van de avond vormt. De uitgeklede versie van Cotton Fields zorgt voor tastbaar kippenvel in de zaal. Direct daarna snijdt de verrukkelijk rauwe strot van de zanger dwars door de ziel tijdens een intieme uitvoering van Looking Out My Back Door.
Toch mag er ook luidkeels meegezongen worden. Tijdens Midnight Special deelt de gitarist een achtergrondverhaal dat rechtstreeks uit de mond van ‘Top 2000-professor’ Leo Blokhuis lijkt te komen. “Een kulverhaal”, reageert de zanger droog, “maar ja, als Leo Blokhuis het zegt…” Het mondt uit in een schitterend moment van samenzang, waarbij de mannen en vrouwen in het publiek om de beurt het refrein voor hun rekening nemen.
Een ronkend slotakkoord
De avond lijkt grandioos te eindigen met een loepzuivere uitvoering van Up Around the Bend, maar de echte klapper moet dan nog komen. Voor de toegift keert de band terug om Theater De Leest nog één keer op zijn grondvesten te laten schudden met een duizelingwekkende, lang uitgesponnen versie van Keep On Chooglin’. Compleet met een ronkende gitaarsolo en een virtuoze mondharmonicasolo trekt de gitarist de show definitief over de streep.
Deze Waalwijkse theaterervaring zat vol verrassingen en liet een beduidend strakkere, muzikaler ingestelde band zien. Minder ruig dan op het poppodium, maar daardoor des te indrukwekkender.

Geweldig om te lezen!