DeWolff in 013: beste liveband van NL aan het werk

Het was vrijdagavond in 013 bíjna niet te doen. De Limburgse rockmachine DeWolff toverde de Tilburgse poptempel om tot een broeierige, analoge snelkookpan.

Zónder digitale trucjes, maar mét een chique geklede zanger die midden in de zaal selfies staat te maken terwijl hij een gitaarsolo uit zijn mouw schudt. “Are you ready for the Night Train?”, klonk het uit de keel van Pablo van de Poel. En of Tilburg dat was.

Wie vrijdag de zaal binnenkwam, zag direct dat er iets geks aan de hand was. Hoewel de show officieel stijf was uitverkocht, voelde de grote zaal van 013 verrassend intiem aan.

De organisatie had de trappen en balkons met zware, zwarte doeken afgeplakt. Een slimme truc, want daardoor stonden de 1.500 fans boven op elkaar in een compacte arena. Een échte plek voor rock-’n-roll, dus.

De duivel uitdrijven

DeWolff zit momenteel in een heerlijke flow. Terwijl de mannen elders in het land (zoals in Paradiso) hun begindagen vieren, draaide het in Tilburg vooral om het ‘nu’. De band speelde de sterren van de hemel met nummers van hun laatste succesalbum Love, Death & In Between.

Maar verwacht geen band die braaf de plaat naspeelt. De heren – traditionele chique gekleed, net de 30 aangetikt – gebruiken hun liedjes puur als een kapstok om de boel eens flink op te schudden. Sommige songs duren zelfs dubbel zo lang, zoals het heerlijk groovende Natural Woman.

Hoe begon de show?

Als de eerste klanken van Night Train door de speakers denderen, weet je: dit wordt een ritje zonder veiligheidsgordel. Toetsenist Robin Piso ging zó los op zijn Hammond-orgel alsof hij een duiveluitbanning stond uit te voeren. Drummer Luka hield de boel strakker dan strak, terwijl zijn broer Pablo gitaarlijnen de zaal in slingerde die door merg en been gingen.

Kippenvel

Hoewel het dak er een paar keer bijna af vloog, durfde de band ook gas terug te nemen. In plaats van een wilde moshpit ontstond er op die momenten een diepe, collectieve focus, zoals bij Snowbird. Instant genieten!

Het échte kippenvelmoment kwam toen de band een oudje uit de kast trok: Don’t You Go Up the Sky. De echte fans, die met deze jongens ook volwassen zijn geworden, hadden dit nummer in geen tien jaar live gehoord.

Waar DeWolff het vroeger met de onbezonnen energie van jonge honden speelde, klonk het nu volwassen en doorleefd. Pure nostalgie, maar dan uitgevoerd op een niveau waar menig internationale act een puntje aan kan zuigen.

Selfies en knuffels

De grote klap werd bewaard voor het allerlaatst. Tijdens het twintig minuten durende epos Rosita liet de band zien waarom ze de beste live-act van Nederland zijn. Pablo van de Poel deed iets wat je weinig rocksterren ziet doen: hij verliet het podium en dook letterlijk de massa in. Weg was de barrière.

Midden tussen de zwetende fans stond de zanger gitaar te spelen, knuffelde hij met tientallen mensen en nam hij zelfs even de tijd voor een selfie. En dat alles zonder ook maar één valse noot te raken. Het is precies waar DeWolff voor staat: waanzinnig goed muziek maken, maar wel met de poten in de klei en oog voor de mensen in de zaal.

In een tijd waarin de meeste artiesten meelopen met een computerlijntje en alles tot in de puntjes geregisseerd is, blijft DeWolff een verademing. Ze zijn geen bandje dat een kunstje vertoont, ze zijn een natuurkracht. En daarmee simpelweg de beste band van ons land.

Tilburg weet het na een knotsgekke rit van bijna twee uur zeker: échte muziek wordt nog steeds gemaakt met snaren, vellen en een flinke dosis zweet.

Dát is pas kwaliteit. Wat een night train!

3 reacties
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *